Geloven Gaat Verder 2020

GELOVEN GAAT VERDER  2020
Tijdens de conferentiereeks Geloven gaat verder. Getuigenissen van mensen van het dekenaat  Oostende - Blankenberge, vertellen bekende christenen over hun geloof en de dagelijkse beleving ervan.  Aangemoedigd door vele positieve reacties wordt de reeks in 2020 voor de twintigste keer, na 65 voorgaande getuigenissen, opnieuw georganiseerd. De conferenties vangen telkens aan om 19.30 uur en vinden plaats in Huize Astrid in Oostende (Gentstraat 6).

GELOVEN GAAT VERDER      GETUIGENISSEN VAN MENSEN      2010
Huize Astrid,
Gentstraat 6, 8400 Oostende 
Aanvang 19.30 uur. Dank voor vrijwillige bijdrage

Barbara Mertens GGV 2020Donderdag 20 februari  2020
BARBARA MERTENS
Stafmedewerker bij TAU-Franciscaanse spiritualiteit

TOCHT DOOR DE WOESTIJN
Als ‘de Andere’ je op weg zet

Barbara Mertens (1982) studeerde in 2004 af als Licentiate Geschiedenis aan de KULeuven. Twee jaar later startte ze de opleiding ‘Intercultureel Management’ aan de hogeschool in Mechelen die uitmondde in een stage rond interreligieuze dialoog in het woestijnklooster Deir Mar Moussa in Syrië. De ontmoeting met moslims en het verblijf in de Syrische woestijn, betekenden het begin van een intense spirituele zoektocht. Barbara was lange tijd actief in het vluchtelingenwerk tot ze in december 2017 bij ‘TAU -Franciscaanse spiritualiteit vandaag’ aan de slag kon als stafmedewerker.

Uitspraak van Barbara
“Als jonge twintiger was mijn leven goed gevuld, maar binnenin voelde ik geen vervulling. Het ontbrak me aan een manier van betekenis geven, aan het leven én aan de dood. Doorheen mijn ontmoeting met moslims ben ik gaan beseffen hoe arm ik geestelijk was. Dat aanvoelen was het begin van een intense zoektocht naar mijn eigen christelijke wortels. Die begon in de Syrische woestijn en zette me in eigen land op een heel nieuwe, soms moeilijke maar vooral rijke pelgrimstocht.”

Luc Van Gorp GGV 2020Donderdag 19 maart 2020
LUC VAN GORP
Voorzitter Christelijke Mutualiteit

ZINGEVING EN GELUK
De radicaliteit van het evangelie ter inspiratie

Luc Van Gorp (1966) is gehuwd, woont in Houthalen samen met vijf opgroeiende kinderen. Hij studeerde verpleegkunde, filosofie, theologie en management (KU Leuven, Oxford University en Vlerick Management School). Hij werkte tussen 1996 en 2015 achtereenvolgens in opleidingen verpleegkunde en vroedkunde als stagebegeleider, bibliothecaris, docent en departementshoofd. Van 2010-2011 leidde hij een onderzoek naar Ethisch Leiderschap. (KU Leuven UCLL)
Hij is altijd werkzaam geweest op het kruispunt van onderwijs en werkveld. Hij combineerde een loopbaan in het hoger onderwijs met het voorzitterschap van het Wit-Gele Kruis van Vlaanderen (2008-2015) en bestuursmandaten in organisaties rond onderwijs, zorg en welzijn. In 2015 werd hij aangesteld tot voorzitter van de Christelijke Mutualiteit.

Uitspraken van Luc
Hij getuigt vanuit de radicaliteit van de evangelische boodschap, waarbij wij ook vandaag samen op zoek gaan naar het honderdste schaap dat aan zijn lot wordt overgelaten.
‘Wat er ook gebeurt in het leven van mensen, welke fouten iemand ook maakt, dan nog scheppen we kansen voor mensen om er vol bij te horen.’  ‘Als sociale verzekeraar, sociale beweging en sociale onderneming wil CM-GEZONDHEIDSFONDS een keurmerk zijn voor alle mensen zonder onderscheid.’


Zr. Mieke Kerckhof GGV 2020Donderdag 23 april  2020
MIEKE KERCKHOF
Bisschoppelijk gedelegeerde voor het Godgewijde leven

‘MENS, WAAR BEN JE?’
OVER ZOEKEN EN GEVONDEN WORDEN

Mieke Kerckhof (1962) is algemeen overste van de congregatie van de zusters van de Bermhertigheid Jesu. Licentiate in de godsdienstwetenschappen, licentiate in de Medische wetenschappen en het Ziekenhuisbeleid, European Master in Bio-ethics.
Zij startte als leerkracht godsdienstleer in het Technisch Instituut Immaculata in Ieper. Was pastor in het P.Z. H. Hart in Ieper en in het Jan Yperman Ziekenhuis in Ieper, ethicus in de vzw Gezondheidszorg ‘Bermhertigheid Jesu’, visitator van de diocesane congregaties van vrouwelijke religieuzen in het bisdom Brugge en nu bisschoppelijk gedelegeerde voor het Godgewijde leven.

Uitspraken van zr. Mieke
‘Zusters zijn doodgewone vrouwen met een ongewone levenskeuze’.
‘Barmhartig zijn is niet betuttelen maar de ander in zijn kracht zetten.’
‘Ondanks alles blijft God in ons geloven en van ons houden. Onvoorwaardelijk.’
‘De natuur is de laatste jaren voor mij steeds meer een manier geworden om mijn Godsverbondenheid te beleven.’
‘Kunst boeit me, trekt me weg uit mezelf en leert me anders kijken.’
‘De pijn om het gemis van iemand mag blijven duren. Ook na jaren.’


Meer info: inrichtend team Geloven gaat verder (Dekenijstraat 10, Oostende), 
059 70 17 19, 059 70 37 97, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of kijk op www.gelovengaatverder.be.

Stilte Dag Roeselare

roeselare

 

Terug HOMEPAGE

Op weg naar Pasen 2019


Op weg naar Pasen

Homilie abt Manu


Uw Vader die in het verborgene ziet.
Ons leven levend onder Gods oog.

Zusters en broeders,

Iemand ziet ons. Gods oog rust op ons. Wij worden gezien. En wel door God, onze Vader – een God, een Vader die liefde is. God is liefde. Hoezeer werd ons, broeders, dit vorige week aangezegd tijdens onze retraite. We worden bemind. Wij zijn kostbaar in Gods ogen.
Die God, die liefde is – deze Vader kijkt naar ons. Gods blik op ons. En dat is geen spiedend oog, geen oog op zoek naar fouten en tekorten, geen oordelend of veroordelend oog. Nee, een liefdevol oog én een oog dat dieper ziet, verder ziet dan wat er zomaar te bespeuren valt. Het is het oog van onze hemelse Vader die in het verborgene ziet. Een oog dat voorbijgaat aan wat enkel buitenkant is, aan wat we voorwenden te zijn, aan schone schijn. De veertigdagentijd mag een gunstige tijd zijn waarin dat besef mag groeien: wij zijn Gods geliefden op wie Hij genadig neerziet. Een tijd waar we bewuster gaan leven onder Gods oog. Daarbij geeft het evangelie ons nog een weerwoord – als het ware om het nog duidelijker te maken waarover het gaat: onder Gods oog, en niet voor het oog van de mensen om de aandacht te trekken. Jezus maakt die tegenstelling concreet in drie fundamentele praktijken die ons in deze veertigdagentijd worden aangereikt: aalmoes, gebed en vasten. Het gaat daarbij om drie relatiedomeinen die zo bepalend zijn voor ons leven: de relatie met de medemens, de relatie met God en de relatie met onszelf.

Wanneer gij een aalmoes geeft. Wanneer wij naar onze medemens toe een gegeven leven leiden, zelfs een weggegeven leven leiden. Wanneer wij delen – ons bezit, onze gaven en talenten, onze tijd, onze aandacht, onze zorg… Wat is onze drijfveer? Wat speelt er zich af in onze binnenkamer, in ons hart? God – onze Vader – ziet in het verborgene. Hij weet wat ons aanzet, ons drijft. En ik besef – het zal wel een mengeling van motieven zijn – zuivere en onzuivere. Zuivere, omdat we ertoe aangezet worden, omdat het gebeurt vaak ondanks onszelf, omdat we Hem mogen navolgen die het ons heeft voorgedaan. Maar ook onzuivere, omdat het oog van de mensen ons niet onverschillig laat, omdat we hopen dat men ziet hoe goed we wel zijn, om geprezen te worden. We moeten het leren aalmoezen te geven onder Gods oog. Het zal wel een weg van uitzuivering worden totdat onze linkerhand niet meer weet dat onze rechterhand doet, totdat we er zomaar zijn voor de andere, geraakt door de medemens en we niet meer stilstaan bij onszelf, onszelf vergeten.


Wanneer gij bidt. Wanneer we ons terugtrekken om in stilte het gelaat van de Heer te zoeken. Wanneer we de noden, verlangens, situaties in voorbeden naar de Heer toebrengen… Wat is onze drijfveer? Wat speelt er zich af in onze binnenkamer, ons hart? Ook hier – denk ik – een groeiweg, een weg van uitzuivering: loskomen van het oog van de mensen, bidden onder Gods oog. Ik moet hier denken aan de gekende anekdote die de pastoor van Ars vertelde: Elke avond zag ik in de kerk een boer, een heel eenvoudige mens zonder scholing, die elke dag bij de terugkeer van zijn landwerk zijn laarzen aan de kerkdeur achterliet en de kerk binnenkwam. Hij zette zich neer in een hoek en bleef daar een lange tijd onbeweeglijk en stil. Ik kon het niet nalaten hem te vragen: ‘Maar vriend wat doet ge daar?’ De man antwoordde in zijn dialect: ‘Oh! Monsieur le curé, je l’avise et il m’avise.’ ‘Oh! Mijnheer pastoor, ik kijk naar Hem en Hij kijkt naar mij.’ Gebed wordt zijn bij Hem: Gods oog op ons laten rusten en zelf nog enkel oog zijn voor Hem. Zomaar zijn – ook wanneer gevoelens zwijgen, wanneer er ogenschijnlijk niets gebeurt, wanneer de tijd traag aan ons voorbijgaat. Zijn bij Hem en blijven bij Hem in onze binnenkamer. Ook hier zijn voor de Ander met hoofdletter en onszelf vergeten, achterlaten.


Wanneer gij vast. Wanneer we ons onthouden in eten en drinken… Wanneer we ons wat slaap ontzeggen, wat praten, wat schertsen, zoals Sint Benedictus ons aanmaant… Wat is onze drijfveer? Wat speelt er zich af in onze binnenkamer, ons hart? Gaan we op de weegschaal staan om het effect te registreren? Gaan we een somber gezicht opzetten of ons gelaatstrekken verstrakken om de ernst van ons vasten kracht bij te zetten? Of klampen we ons vast aan de Heer, zijn we zozeer betrokken op de ander dat we onszelf vergeten en onze behoeften, noden en verlangens minder onze aandacht opeisen? Ook hier weer zal het een weg van uitzuivering worden, van groeien in zelfvergetelheid, van groeien in het geloof dat de Heer voor ons zorgt, dat onze hemelse Vader wel weet wat we nodig hebben.

Aalmoes, gebed, vasten. Drie praktijken die ons gegeven worden om deze heilige vastentijd bewuster te beleven. Drie praktijken die het vermogen in zich houden om van het uiterlijke naar ons innerlijk toe te gaan, naar de verborgen mens, die van ons hart (1 Pe 3,4) of zoals de profeet Joël ons toezegt, die ons hart scheuren en niet onze kleren. Zo mogen we naar Pasen toe ons leven leven onder Gods oog en in ons hart diep weten: Gods oog rust op ons – de Vader die in het verborgene ziet. Amen.

TERUG NAAR KALENDER

Tekst en onderricht 15 januari 2019


Bron: Thomas KEATING, Leven uit liefde. Het pad naar christelijke contemplatie, Kok-Utrecht, 2017, blz. 109-122

Vele mensen beginnen een nieuw jaar met goede voornemens,
voornemens die hen met veel enthousiasme vervullen.
Die voornemens zijn als het ware goddelijke ingevingen,
en aan de waarheid en de degelijkheid ervan wordt niet getwijfeld.
Dat ze die voornemens zullen waarmaken lijkt hen vanzelfsprekend.
Ze popelen om ermee te beginnen.
En we weten dat nieuwe mesjes goed snijden.
Er is ook het gevoel van ‘wittebroodsweken’
en er bestaat een lied met daarin de woorden ‘het vuur van het begin’.
Maar reeds bij de woestijnvaders was er een wijsheid
die gegroeid was uit de ervaring dat, zoals Jezus Sirach noteert,
wie de Heer wil dienen, zich moet voorbereiden op beproevingen.
Keating beschrijft adequaat waar het over gaat.
Met het besluit om in het leven van koers te veranderen
en met voegen van de daad bij het woord
verdwijnen de oude emotionele geluksprogramma’s,
die ons een goed gevoel en een geluksgevoel opleverden, niet.
Ze blijven in het onbewuste bestaan.
Het beginnersgeluk van wie met een geloofsleven
en met een contemplatief leven begint, is veelal de ervaring
van een goed gevoel dat aansluit bij een emotioneel geluksprogramma,
bijvoorbeeld: kiezen voor iets nieuws, kiezen voor iets excentrieks,
kiezen voor iets bewonderenswaardigs, wat op bevestiging kan rekenen
in een kring van gelijkgezinden.
Maar dat goed gevoel en dat zich gelukkig voelen blijft niet duren.
Dan komen de oude geluksprogramma’s weer aan de mouw trekken
en groeit er zelfs aversie, afkeer voor het nieuw betreden pad.
De juistheid van de keuze wordt ernstig in vraag gesteld.

Lees meer...

Nieuwjaar 2019

000100020003