tekst en onderricht maart 2015


“Opdat iedereen die gelooft, in Hem eeuwig leven heeft.”

ECHT LEVEN: MEER DAN OVERLEVEN

Bijbellezing: Johannes 3,14-21

De Mensenzoon moet hoog verheven worden,

zoals Mozes in de woestijn de slang omhoog geheven heeft,

opdat iedereen die gelooft, in hem eeuwig leven heeft.

Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven,

opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat,

maar eeuwig leven heeft.

God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd

om een oordeel over haar te vellen,

maar om de wereld door hem te redden.

Over wie in hem gelooft wordt geen oordeel uitgesproken,

maar wie niet in hem gelooft is al veroordeeld,

omdat hij niet wilde geloven in de naam van Gods enige Zoon.

Dit is het oordeel: het licht kwam in de wereld

en de mensen hielden meer van de duisternis dan van het licht,

want hun daden waren slecht.

Wie kwaad doet, haat het licht.

Hij schuwt het licht omdat anders zijn daden bekend worden.

Maar wie oprecht handelt zoekt het licht op,

zodat zichtbaar wordt dat God werkzaam is in alles wat hij doet.’

 

T.J. VAN BAVEL, De kern van het religieuze leven. Evangelische spanning die onze gemeenschap drijft, Lannoo, Tiel, Utrecht, 1973, blz. 50-51

Onderricht :

 

Christelijk leven staat heel nauw in betrekking met het levensproject van Jezus.
Christen-zijn bestaat niet zozeer in de erkenning van een boodschap,
maar in een persoonlijke binding of navolging van Jezus.
Dit is een van de eigen kenmerken van het evangelie.
Jezus is veel meer dan een leermeester.
Bij een leermeester gaat men in de leer omwille van de kwaliteit van het onderwijs dat hij geeft.
Het doel daarbij is de leerinhoud.
In een verhouding leerling-meester wenst men ook zo vlug mogelijk
zelfstandig te kunnen denken of handelen en de meester niet meer nodig te hebben.
Leerling van Jezus zijn is echter niet van voorbijgaande, tijdelijke aard.
Men kiest hem als leidsman voor het leven.
Het merkwaardige in de geloofsverhouding tot Jezus is,
dat men zijn hele leven laat oriënteren door zijn persoon.
Leerling-zijn van Jezus betekent dus hem navolgen.
Navolgen heeft echter een tweevoudige betekenis:
een letterlijke betekenis en een meer innerlijke betekenis.
In letterlijke zin wordt het woord b.v. gebruikt voor ‘een meisje nalopen’,
of ‘achter vreemde goden lopen’.
Waar het toegepast wordt op Jahweh (Jahweh nalopen)
wordt het verband met de innerlijke betekenis al duidelijker,
want dan gaat het vooral om het volbrengen van zijn wil.
Zo wordt ‘achter een meester aanlopen’ tot op zekere hoogte ook ‘de weg van de meester delen’.
Maar nergens krijgt het delen in de weg van de meester zo’n diepe inhoud
als bij de relatie tussen de gelovige en Jezus.
Jezus navolgen betekent het eigen leven afstemmen op dat van Jezus.
Hier groeit navolging uit tot identificatie:
het leven van een ander wordt mede een beginsel van mijn eigen leven,
Men gaat denken, handelen en leven vanuit het denken, handelen en leven van een ander.
Men gaat zien met de ogen van een ander, geloven met zijn geloof, hopen met zijn hoop.
Dit is meer dan een slaafs navolgen of een dubbelganger van iemand anders worden.
Het is veeleer zo dat, met behoud van de eigen persoonlijkheid,
de ander in mijn handelen aanwezig is.
Zo worden de eigen mogelijkheden verrijkt en krijgt men er nieuwe mogelijkheden bij.
Men kan in bovenstaande omschrijving een weergave zien van wat eigenlijk geloven is.
Jezus navolgen is een plicht voor alle gelovigen.
Het is binnentreden in Jezus’ levens- project.
Het is deelnemen aan de nieuwheid van het Rijk Gods zoals Jezus die bracht,
en vooral aan de werkelijkheid van zijn leven en zijn kruis.
De stem zei tegen mij:
‘Mensenkind, eet op wat je wordt voorgehouden;
eet deze rol op en ga naar de Israëlieten om te profeteren.’
Ik opende mijn mond en kreeg de boekrol te eten, en de stem zei:
‘Mensenkind, vul je maag en je buik met deze rol, die ik je geef.’
Ik at de rol op; hij was zo zoet als honing.

In het derde hoofdstuk van het boek Ezechiël lezen we
dat de profeet een merkwaardige daad moet stellen:
hij dient een boekrol te eten.
Dit is een heel sterke symboliek
om de eenheid tussen de profeet en de boodschap uit te drukken.
De profeet moet werkelijk één zijn met het woord van God.
Het woord van God moet zijn woord zijn.
Hij moet leren denken en spreken als God.
Jezus heeft deze symboliek van eenheid overgenomen.
Als Hij ons vraagt dat we bij de gedachtenis van zijn leven, lijden, dood en opstanding,
brood als zijn lichaam zouden eten,
wijn als zijn bloed zouden drinken,
dan vraagt Hij ons met Hem één te worden.
Het is in die eenheid met Hem dat voor ons leven te vinden is,
dat onze zonde vergeven wordt, dat wil zeggen,
dat de eenheid met God beleefd en ervaren kan worden
en er een einde gemaakt wordt aan onze vervreemding
van God, van ons diepste zelf en daarmee ook van onze medemensen.
De eucharistie in zijn geheel is een oproep, een beleven en een voeden van de eenheid met Christus.
Voor het leven in eenheid met Christus
heeft het Nieuwe Testament ook een ander begrip: navolging.
In de navolging zijn we niet alleen één met de boodschap van Jezus.
We zijn één met de persoon, met de mens Jezus.
Het is niet alleen denken en spreken als Jezus, zijn boodschap, zijn ideeën verkondigen.
Want, zo zegt Paulus: Wij verkondigen een gekruisigde Christus.
Niet een aan te nemen boodschap, waarheid, levensbeschouwing, filosofie.
Wel een na te volgen mens.
Het lezen en eten van een boek
is vervangen door het kijken naar de gekruisigde Christus en het eten van het levensbrood.
In het nachtelijke gesprek met Nicodemus verwijst de uitdrukking
‘De Mensenzoon moet hoog verheven worden’
naar de kruisdood van Jezus
maar die is in het Johannesevangelie ook Jezus’ verheffing en verheerlijking.
De weg van het lijden en het kruis is de weg van de verheffing.
Dat horen we ook in de hymne in de Filippenzerbrief:
En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood
– de dood aan het kruis.
Daarom heeft God hem hoog verheven
en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat.

De schrijver van de Hebreeënbrief vermaant:
Richt uw aandacht op Jezus.

Anders gezegd: Richt de ogen van je hart op Jezus.
En dit uiteraard om één te worden met Hem en Hem te kunnen navolgen.
En wie Jezus navolgt aanvaardt meteen ook de weg van lijden en kruis.
Het is het kruis van het loslaten van je oerangst en je zelfzucht,
van je afhankelijkheid van de waanideeën die ze in geest en hart zaaien,
van het brood dat ze te eten geven en de bekers die ze te drinken geven.
Het is het kruis van trouw aan de liefde, aan de waarheid,
aan het streven naar vrede en rechtvaardigheid.
Paulus schrijft in dit verband aan de Galaten:
Wie Christus Jezus toebehoort,
heeft zijn eigen natuur met alle hartstocht en begeerte aan het kruis geslagen.

In het veld van deze beeldtaal komen we dan bij de episode uit het verhaal van de woestijntocht,
waar Mozes een bronzen slang op een paal dient te kruisigen
opdat allen die hun aandacht op die slang richten zouden leven,
zouden genezen van de dodelijke beten die slangen het volk gegeven hadden,
slangen die niets anders symboliseren dan hun oerangst, gebrek aan vertrouwen,
hoogmoed en zelfzucht.
Het Johannesevangelie brengt hier een stevige brok psychologische levenswijsheid:
verlossing van al wat ons van God vervreemdt,
van alles wat ons leven bedreigt, onze innerlijke vrede en vreugde,
is niet gelegen is een verdringend afwenden van de blik
maar in een objectiverende loslatende aandacht er voor.
Objectiveren’ betekent hier:
het buiten mij plaatsen als iets wat niet tot mijn wezen behoort
en waar ik best zonder kan en zonder moet om mezelf te zijn.
Maar ik dien het wel eerst als van mijn ik te aanvaarden.
Ik las ooit dat je om kwaad te kunnen vergeven
je het moet leren aanvaarden en gedenken.
Woestijnvaders en in hun navolging Anselm Grün en anderen
leren dat je een bekoring tot het einde toe onder ogen moet leren zien,
als iets dat bij je ik hoort, maar niet bij je wezen.
Maar verlossing, het intreden van leven, is daarmee alleen niet bereikt.
De blik, de aandacht van geest en hart dient ook op iets anders gericht te worden.
Op datgene wat wel wezenlijk is en tot ons wezen behoort.
Tot ons wezen behoort Gods liefde, ons onvoorwaardelijk bemind zijn.
God heeft ons lief. Hij wil dat we leven, volkomen vreugdevol,
delend in zijn vrede en vreugde, in zijn leven.
Goddelijk leven wordt in Bijbelse taal ook eeuwig leven genoemd.
God wil dat we eeuwig leven.