Ter inspiratie

Rowan WILLIAMS, Stilte en honingkoek. Wijsheden uit de woestijn
De woestijngemeenschap vertelt de Kerk, toen en nu, dat het haar taak is om een onbevreesde gemeenschap te zijn. Ze toont ons enkele van de gewoonten die we moeten ontwikkelen om onbevreesd te zijn. Het gaat om gewoonten van zelfbewustzijn en aandacht voor elkaar, geworteld in het doordringende bewustzijn van Gods aanwezigheid dat voortkomt uit een voortdurende blootstelling aan God via gebed en het lezen van de Bijbel. Als je het in dat licht bekijkt, merk je dat je de woestijnliteratuur helemaal niet begrijpt als je denkt dat het allemaal over verdraagzaamheid en aardig zijn voor elkaar gaat. Niemand be- of veroordelen lijkt op het eerste zicht heel modern.

Een niet oordelende houding lijkt goed te passen in de postmoderne tegenzin om absoluut goed en kwaad, absolute waarheden en leugens te bepalen. Maar de woestijn gaat over de strijd voor de waarheid of ze betekent niets. ‘God zal je vergeven, dat is tenslotte zijn job’, merkte de achttiende-eeuwse cynicus Voltaire op. De woestijnvaders en -moeders zijn er net zo zeker van dat God zal vergeven, maar ze weten met evenveel zekerheid dat het ons een leven lang continue beheersing van onze zelfzuchtige en luie gewoonten zal kosten, om die vergeving zo te ontvangen dat ons leven zal veranderen.