Onderricht 7 juni 2022



Bron van het onderricht:
David FRENETTE, The Path of Centering Prayer. Deepening Your Experience of God, Sounds True, Boulder, Colorado, 2017



Wie trouw is en trouw blijft aan het pad van de contemplatie zal tijdens de meditatie ooit wel eens of geregeld stoten
op moeilijkheden en pijnpunten.
Er zijn misschien blijvende obsessieve gedachten en fantasieën, er kunnen emotionele golven de gemoedsrust verstoren
en er kan een spiritueel lijden zijn als men angsten ervaart, weerzin en tegenstand tegen de gekozen weg
en een gewaarwording en ervaring van dorheid en leegte.
Dan voelen we ons gescheiden van God en is God blijkbaar afwezig in ons leven.
Deze beproevingen zijn echter noodzakelijk.
Ze leiden niet alleen naar een pijnlijke zelfkennis maar laten ons ook toe God te leren kennen, maar dan niet de God die wij ons denken,
die wij wensen en verwachten,
niet de God die één van onze gedachten is of bij ons emoties oproept.

We moeten en mogen weten en beseffen dat God in al deze beproevingen aanwezig is
als diegene die we in deze beproevingen kunnen omarmen.
We moeten en mogen weten en beseffen
dat Hij in en door onze beproevingen therapeutisch aan het werk is, ons brengt tot zelfkennis en dan ook tot menselijkheid,
vooral tot nederigheid en medeleven en compassie met anderen.

We moeten leren onze beproevingen,
onze moeilijkheden en pijnpunten aanvaarden en omarmen en vooral niet ontkennen of er tegen willen vechten.

We moeten er zelfs niet van bevrijd worden, maar erin vrij leren zijn,
zoals Jezus vrij was midden in de storm op het meer.
Vrij zijn in en met onze hinderende gedachten en emoties betekent in ieder geval dat we ons niet met hen vereenzelvigen! ‘Zo ben ik nu eenmaal’ is een val waarin we niet mogen trappen. Dat heeft niets te maken met aanvaarden en omarmen.
Het blijven gegevens die thuishoren bij ons onechte ik.
Maar dat is ons samen met heel wat gevoelens en gedachten gegeven.
Zomaar oppositie ertegen voeren leidt alleen maar
naar schaamte en schuldgevoel, of merkwaardig genoeg naar gehechtheid en verslaving.
Onze beproevingen en ons onechte ik leren aanvaarden en omarmen opent ons voor zuivering, voor purificatie door de Geest.
Dan worden we ook ontdaan van ons eigen verlangen naar zuiverheid, naar waardering, naar controle, naar veiligheid
en dan worden we ook losgemaakt van ons vals zelfbeeld.



Onze mantra of welk ander heilig symbool ook
is geen middel om strijd te voeren tegen beproeving en verstrooiing.
Dan perverteert het tot een ik-daad, een gedachte, een obsessieve gedachte! Thomas Keating legt ook de nadruk op aanvaarden,
in de verstrooiing of wat dan ook een tijdje gaan zitten,
het lastige kind niet de kamer uitsturen maar even aanhalen en omarmen.
Dan leren we ook God omarmen
die in alle omstandigheden nabij een aanwezig is.

Als op de contemplatieve weg een gewaarwording van leegte groeit, die ons een gevoel van angst nabij brengt
en ons doet denken dat God afwezig is in ons leven of zelfs in de wereld
dan is dat het teken dat ons ‘ik’, ons valse zelf ons uit handen genomen wordt.
De angst en de weerzin die we voelen
is eigenlijk het gevoel van de krachtige weerstand die het valse zelf voert. God is precies in de leegte te vinden, wacht daar op ons,
tot alle zelfbedachte beelden, tot alle gedachten en emoties verwaaid zijn
en wij geleerd hebben de leegte niet te vullen met nieuwe ideeën en beelden. Het is een pijnlijk proces dat veel geduld vraagt.
Het leert ons niet alleen maar begrijpen
dat God niet zomaar voelbaar en aanraakbaar is,
eerder een aanwezige afwezige of een afwezige aanwezige is.

Het leert ons inzien dat de leegte en de stilte ons uiteindelijke thuis is,
dat we er thuiskomen, dat God ons er omarmt, dat we er veilig en geliefd zijn.
De God die wij daar omarmen en die ons daar omarmt transformeert pijn en lijden in vreugde en duisternis in licht. Pijn, leegte, duisternis zijn immers ervaringen van het ‘ik’ dat ook altijd God als niet-ik daarin plaatst en denkt.
Het ervaren en kennen van Gods werkelijke aanwezigheid veronderstelt een sterven van het ‘ik’ en de aan het ‘ik’ klevende God, ook, met alle geestelijke vertroosting die aan die God vasthangt.

Dat ‘sterven’ wordt ook de nacht van de geest en de nacht van de ziel genoemd.
Het is ook het uur van de demonen, van de verleider, die ons terug wil leiden naar het onechte.
In die nacht kan ook de transformatie gebeuren, krijgen we ‘nachtzicht’, zien we in het duister, weten we ons ondanks alles bemind en omarmd.

Contemplatie en meditatie is vaak een uitnodiging
om in de nacht te blijven zitten, om erin vernederd te worden, om er nederig en menselijk te worden.

https://www.youtube.com/watch?v=53g6OWXme2o&ab_channel=LeonardoEs pinoza