Homilie 6de Paaszondag A

Abt Westvleteren kleinHomilie     6de  Paaszondag A

Als gij Mij liefhebt, zult ge mijn geboden onderhouden.
Wie mijn geboden onderhoudt, die hij heeft ontvangen, hij is het die Mij liefheeft.

Broeders en zusters,

Die twee zinnen omkaderen het evangelie van deze zondag. Jezus is bezig woorden van afscheid uit te spreken naar zijn leerlingen toe. Woorden die nogmaals uitzeggen wat voor Hem zo wezenlijk is, wat Hij wil meegeven ter bemoediging, tot richtsnoer en steun voor de tijd dat Hij niet meer tussen hen zal zijn of toch niet meer op diezelfde tastbare wijze. En het is niet verwonderlijk dat het woord liefhebben valt: Als gij Mij liefhebt. Het gaat erom Jezus lief te hebben. Wat misschien wel meer verwonderlijk lijkt, is dat Jezus dit verbindt met “mijn geboden onderhouden”. Liefde voor hem heeft te maken met doen wat Hij ons heeft voorgedaan. Al in het begin van de afscheidsredes juist na de voetwassing zegt Jezus: Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat gij zoudt doen zoals Ik u gedaan heb. Wat heeft Hij ons als voorbeeld gegeven: ‘een bewijs van zijn liefde tot het uiterste toe’. Doen wat Hij heeft gedaan is voor ons ‘liefhebben’. We hoorden het deze week tot tweemaal toe: Dit is mijn gebod dat gij elkaar liefhebt zoals Ik u heb liefgehad. Het doet me denken aan wat Paulus schrijft aan de christenen van Rome: Uw enige schuld blijve de onderlinge liefde. Wie zijn naaste bemint, heeft de wet vervuld. Want de geboden: gij zult niet echtbreken, niet doden, niet stelen, niet begeren en alle andere kan men samenvatten in dit ene woord: ‘Bemin uw naaste als uzelf’. De liefde berokkent de naaste geen enkel kwaad. Liefde vervult de gehele wet.

Liefhebben en geboden onderhouden. Daadwerkelijk liefde, werkzame liefde. Liefde die zich uit, die naar de ander uitgaat, die doet wat ze zegt. Liefhebben is een werkwoord. Mogelijks klinkt dit heel evident, maar is dat wel zo? 

Lees meer...

Homilie Pasen 2026

 

 

 

 

 

PASEN 2026

In het begin schiep God de hemel en de aarde.
De aarde was woest en leeg; 
duisternis lag over de diepte en een hevige wind joeg de wateren op.
Toen sprak God: ‘Er moet licht zijn!’
En er was licht. En God zag dat het licht goed was.
God scheidde het licht van de duisternis.

Zusters en broeders,

Deze nacht hebben we door de heilige Schrift gewandeld. De eerste woorden waren de allereerste woorden van de Bijbel – de aanvang van het scheppingsverhaal. Maar vóór deze wandeling doorheen de Schrift, hadden we al een ‘wandeling’ gemaakt achter de Paaskaars aan en tot driemaal toe klonk het: Christus, licht der wereld!  En wij beaamden: - zo weze het – Wij danken U God.
Pasen – Christus, licht der wereld! Het scheppingsverhaal en het paasverhaal zijn geen verhalen uit een ver verleden – ooit eens gebeurd. Het zijn verhalen die nog steeds geschieden – ook nu. In de Naardense Bijbel lezen we als eerste zin: Sinds het begin is God schepper – van de hemelen en de aarde.

Lees meer...

Homilie Christus Koning 2025

Homilie    Christus Koning 2025

Zusters en broeders,

Ook al is het al heel wat jaren geleden, toch herinner ik me nog wat de bedenking die Kardinaal Danneels uitsprak op de uitvaart van Koning Boudewijn. Hij zei: In de toekomst zullen velen het portret van de koning schetsen. Maar zullen ze ‘het geheim van de koning’ vinden? Want hij had een geheim. Het was zijn God, die hij hartstochtelijk liefhad en door wie hij zich zeer bemind wist!
Die woorden, broeders en zusters, lijken me een goede poort te zijn om iets te zeggen over het geheim van de Koning, die we vandaag vieren – Christus Koning. En ik vermoed dat we evenzeer uitkomen bij het geheim van zijn Koninkrijk en bij het geheim van hen die tot dit Koninkrijk behoren.

Het geheim van onze Koning, van Jezus: ‘Zijn geheim was zijn Vader die Hij met een kinderlijke genegenheid liefhad en door wie Hij zich zozeer uitverkoren wist’. Voor Jezus was zijn Vader alles en al het andere was er slechts in betrekking tot zijn Vader. Mag ik het zó zeggen: Jezus was zo zeker van zijn Vader, van de liefde van zijn Vader, dat Hij niet de minste zorg had voor zichzelf. Wie Mij ziet, ziet de Vader. Zo’n totale doorzichtigheid is nauwelijks te vatten. Het betekent tevens dat onze God in Jezus de mensen ontstellend nabij is gekomen. In Jezus bezoekt God zijn volk.

Lees meer...

HOMILIE 3° zondag veertigdagentijd A 2026

 

 

HOMILIE   3° zondag veertigdagentijd A


Broeders en zusters,

Op onze veertigdaagse tocht naar Pasen zijn we aangekomen op onze derde halteplaats. Na de zondag van de bekoringen en de zondag van de transfiguratie volgen nu drie zondagen met telkens een ‘thema’ verbonden met de christelijk initiatie – de doop. Vandaag – ‘water’; volgende zondag ‘licht’ en de zondag daarop ‘leven’. Het gaat telkens om een gave van boven, een geschenk, iets dat de mens ontvangt van God. Jezus zegt ons vandaag: Als ge enig begrip had van de gave Gods. Als ge wist wat God u wil schenken.
De eerste lezing raakt al ons thema aan en wel als gebrek, als tekort: De Israëlieten leden tijdens de woestijntocht hevige dorst. En wat brengt dit gebrek teweeg: ontevredenheid, gemor, protest tegen Mozes, zelfs bijna met geweld – ze staan op het punt mij te stenigen. Het toont hoe mensen reageren bij tekort: ze komen op voor zichzelf, zij beschuldigen anderen, ze eisen. Dat gebeurde toen in de woestijn. Maar, zusters en broeders, het gebeurt nog steeds. Mozes noemde die plek Massa en Meriba vanwege de verwijten der Israëlieten en omdat ze God hadden uitgedaagd door zich af te vragen: ‘Is de Heer nu bij ons of niet?’ Het brengt tot tweedracht, tot verdeeldheid.

Lees meer...

HOMILIE 1° Adventszondag A 2025

 

 

 

 

 

HOMILIE    1° Adventszondag A


Vader, laat niet toe dat wij leven alsof wij niets meer verwachten.
Vader, wek in ons hart een heilzame onrust voor het uur waarop uw Zoon zal wederkomen.

Zusters en broeders,

Met deze woorden hebben we ons in het openingsgebed van deze eucharistie tot God, onze Vader gericht. Een dubbel verzoek – of beter eenzelfde verzoek, eerst negatief en dan positief uitgedrukt: niet toelaten dat wij niets meer verwachten én een heilzame onrust voor het uur van het komen van de Zoon. Het is een sterke bede om deze adventstijd in te zetten – een vraag naar onze God en Vader toe.

Dierbare broeders en zusters, het is dé vraag, ook een vraag naar ons toe: Is er in ons verwachting? Wachten wij op Iemand? Is er in ons een heilzame onrust? Kijken wij uit naar zijn komst?

Laat niet toe dat wij niets verwachten. Nochtans – zo kunnen we leven, zo kunnen we overleven. En het gebeurt, ook nu, ook tussen ons in, ook in ons. Sint Paulus benoemt het in de tweede lezing als een slapen, een leven in de nacht met werken van de duisternis. Hij somt er enkele op: braspartijen en drinkgelagen, ontucht en losbandigheid, twist en nijd – kortom zondige begeerten. Een leven zonder verwachting heeft zo zijn eigen contouren, krijgt een invulling. En het zijn allemaal opvulsels die draaien rond het eigen kleine ikje, ons ego. Een ego dat zichzelf zoekt, dat genoeg heeft aan zichzelf, dat zichzelf voldoet: eten en dringen, seksualiteit, ruzie als anderen hinderaars worden van de eigen behoeftebevrediging, afgunst om wat andere hebben en niet of nog niet het mijne is. Het is geen fraai lijstje, maar wel een werkelijk lijstje, waarvan Jezus elders in het evangelie zegt – dàt bezoedelt de mens. Zonder verwachting leven is er dus niet zomaar. Men propt zichzelf vol, zodat er geen ruimte is, geen openheid, geen ontvankelijkheid. En nogmaals het is herkenbaar, het gebeurt: de dagen gaan open en toe en het cirkelen rondom onszelf wordt niet doorbroken. Trouwens de mens zelf kan het niet uit eigen kracht doorbreken. Daarom die bede: Vader, laat niet toe! Vader, doe iets, verhinder zo’n leven – zo’n volgepropt leven dat zo leeg is.

Lees meer...