Homilie voor de 30ste zondag door het jaar A 25 oktober 2026
Homilie voor de 30ste zondag door het jaar A 25 oktober 2026
Dat liefde als een gebod gepresenteerd wordt
komt vreemd over voor mensen die aan liefde denken als aan een emotie
die samenhangt met sympathie, genegenheid en seksuele aantrekkingskracht.
Als liefde in geloofstaal als gebod gepresenteerd wordt
betekent dit dat liefde erkend wordt als iets wezenlijks voor de mens. Dat wil zeggen dat men geen mens, geen echt mens kan worden en zijn,
dat men geen volgroeid en volwassen mens kan zijn, zonder lief te hebben. Of anders gezegd: liefde is wat ons mens doet zijn,
wat ons werkelijk als mens doet leven.
En wat in geloofstaal met liefde bedoeld wordt is meer dan seksuele aantrekkingskracht,
meer zelfs dan spontane en intuïtieve genegenheid en sympathie.
Het is in de mens een goddelijk gegeven waardoor de mens beeld van God is.
Want God is liefde.
Pastorale Eenheid Maria Tenhemelopneming Homilie voor Franciscuszondag 2026
Pastorale Eenheid Maria Tenhemelopneming Homilie voor Franciscuszondag 2026
4 oktober 2026
800 jaar overlijden van Sint-Franciscus
We vieren dit feest, deze Franciscuszondag,
in grote verbondenheid met elkaar en ook in verbondenheid met de leden en de vrijwilligers van Samana.
We grijpen vandaag vooruit op de Dag van de Chronische Zieke, die dit jaar als centraal thema
verbondenheid, nabijheid en het bestrijden van eenzaamheid heeft. Vanaf dit jaar koppelt Samana hieraan ook de Week tegen Eenzaamheid.
De Kerk heeft de datum voor het feest van Sint-Franciscus vastgesteld op 4 oktober, de sterfdag van de heilige,
hoewel hij eigenlijk in de avond van 3 oktober is overleden. En dit is 800 jaar geleden, dus op 3 oktober 1226.
Getrouw aan onze gewoonte belichten we vandaag
een aspect van de inspirerende spiritualiteit van de Poverello.
We besteden nu aandacht aan de wijze hoe hij met de dood omging.
Homilie voor de 25ste zondag door het jaar A 20 september 2026
Homilie voor de 25ste zondag door het jaar A 20 september 2026
Eerste Lezing: Jes 55, 6-9 Evangelie: Mt 20, 1-16a
Uw gedachten zijn nu eenmaal niet mijn gedachten, mijn wegen niet uw wegen.
Deze Godspraak staat bij de profeet Jesaja
in een context van bekering en vergeving, van terugkeer en erbarmen: De ongerechtige moet zijn weg verlaten, de zondaar zijn gedachten; hij moet naar de Heer terugkeren - De Heer zal zich erbarmen –
terug naar onze God, die altijd wil vergeven.
Dit doet denken aan de parabel van de verloren zoon, waarin de oudste zoon zich ergert
aan de goedheid van de vader voor de teruggekeerde jongste zoon, die, naar het denken van die oudste zoon,
die goedheid helemaal niet verdient.
Zo denken ook de arbeiders van het eerste uur .
Homilie voor de 28ste zondag door het jaar A 11 oktober 2026
Homilie voor de 28ste zondag door het jaar A 11 oktober 2026
Jesaja 25, 6-10a
Matteüs 22, 1-14
Een feestmaal, en in het bijzonder een bruiloftsmaal,
is een levendig en sprekend symbool voor het Rijk Gods,
voor een wereld waar mensen in vrede en vreugde samenzijn en dankbaar genieten van het goede dat God ons schenkt.
Het samenleven van christenen in gezinnen, in kerkgemeenschappen, in groeperingen, in kloostergemeenschappen,
zou ook zo’n vredevol en vreugdevol samenzijn moeten wezen.
Waarom lukt dat niet altijd?
Misschien om dezelfde reden als deze waarom sommigen
niet willen deelnemen aan het feestmaal of er niet kunnen aan deelnemen. Het is de weigering om echt te luisteren naar wat God wil,
de weigering om in te gaan op zijn uitnodiging
om onvoorwaardelijk lief te hebben en goed te doen. De twee parabels in de evangelielezing van deze zondag zijn zoals de vorige zondagen opnieuw gericht
tot de oudsten en hogepriesters van het volk.
Homilie voor de 23ste zondag door het jaar A 6 september 2026
Homilie voor de 23ste zondag door het jaar A 6 september 2026
Scheppingszondag
Begin van de Scheppingsperiode
Wanneer uw broeder gezondigd heeft, wijs hem dan onder vier ogen terecht.
Jezus zegt er niet bij over wat soort zonde Hij het heeft
en het is eigenlijk waarschijnlijk niet zo dat Hij een specifiek soort zonde bedoelt.
Maar als we de zaak wat concreter willen maken
dan kunnen we een beroep doen op de lijst die Paulus ons vandaag voorhoudt: echtbreuk, doodslag, diefstal of alle daden die het gevolg zijn van jaloezie.
Het is natuurlijk voor ons niet erg aanvaardbaar
dat christenen die zich schuldig gemaakt hebben aan doodslag of diefstal het er met een terechtwijzing onder vier ogen van kunnen afbrengen.
En dat zal in de kerkgemeenschap van Matteüs ook wel niet het geval geweest zijn.
Maar als we dan toch even in het algemeen over zonde willen spreken dan kunnen we, weer met een verwijzing naar de eerste lezing, stellen dat ‘zonde’ iets is wat niet beantwoordt aan de liefde.