tekst en onderricht september 2014
“Zijt gij kwaad omdat ik goed ben ?”
GODS GOEDHEID : ANDERS DAN DE ONZE
Bijbellezing: Matteüs 20, 1-16
Het is met het koninkrijk van de hemel
als met een landheer die er bij het ochtendgloren op uittrok
om dagloners voor zijn wijngaard te zoeken.
Nadat hij met de arbeiders een dagloon van een denarie overeengekomen was,
stuurde hij hen naar zijn wijngaard.
Drie uur later trok hij er opnieuw op uit,
en toen hij anderen werkloos op het marktplein zag staan,
zei hij ook tegen hen:
“Gaan jullie ook maar naar de wijngaard, de betaling zal rechtvaardig zijn.”
En ze gingen erheen.
HOMILIE 1° Adventszondag A 2025

HOMILIE 1° Adventszondag A
Vader, laat niet toe dat wij leven alsof wij niets meer verwachten.
Vader, wek in ons hart een heilzame onrust voor het uur waarop uw Zoon zal wederkomen.
Zusters en broeders,
Met deze woorden hebben we ons in het openingsgebed van deze eucharistie tot God, onze Vader gericht. Een dubbel verzoek – of beter eenzelfde verzoek, eerst negatief en dan positief uitgedrukt: niet toelaten dat wij niets meer verwachten én een heilzame onrust voor het uur van het komen van de Zoon. Het is een sterke bede om deze adventstijd in te zetten – een vraag naar onze God en Vader toe.
Dierbare broeders en zusters, het is dé vraag, ook een vraag naar ons toe: Is er in ons verwachting? Wachten wij op Iemand? Is er in ons een heilzame onrust? Kijken wij uit naar zijn komst?
Laat niet toe dat wij niets verwachten. Nochtans – zo kunnen we leven, zo kunnen we overleven. En het gebeurt, ook nu, ook tussen ons in, ook in ons. Sint Paulus benoemt het in de tweede lezing als een slapen, een leven in de nacht met werken van de duisternis. Hij somt er enkele op: braspartijen en drinkgelagen, ontucht en losbandigheid, twist en nijd – kortom zondige begeerten. Een leven zonder verwachting heeft zo zijn eigen contouren, krijgt een invulling. En het zijn allemaal opvulsels die draaien rond het eigen kleine ikje, ons ego. Een ego dat zichzelf zoekt, dat genoeg heeft aan zichzelf, dat zichzelf voldoet: eten en dringen, seksualiteit, ruzie als anderen hinderaars worden van de eigen behoeftebevrediging, afgunst om wat andere hebben en niet of nog niet het mijne is. Het is geen fraai lijstje, maar wel een werkelijk lijstje, waarvan Jezus elders in het evangelie zegt – dàt bezoedelt de mens. Zonder verwachting leven is er dus niet zomaar. Men propt zichzelf vol, zodat er geen ruimte is, geen openheid, geen ontvankelijkheid. En nogmaals het is herkenbaar, het gebeurt: de dagen gaan open en toe en het cirkelen rondom onszelf wordt niet doorbroken. Trouwens de mens zelf kan het niet uit eigen kracht doorbreken. Daarom die bede: Vader, laat niet toe! Vader, doe iets, verhinder zo’n leven – zo’n volgepropt leven dat zo leeg is.
HOMILIE 16° ZONDAG C 2025
HOMILIE 16° ZONDAG C
Marta, Marta, wat maakt gij u bezorgd over veel dingen. Slechts één ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen en het zal haar niet ontnomen worden; ‘Unum necessarium – het éne noodzakelijke; optima pars – het beste deel.
Broeders en zusters,
Als je die radicale woorden hoort, is het niet te verwonderen dat men dit stukje evangelie heeft toegepast op wat men als de hoogste roeping in de Kerk beschouwde – de roeping tot het contemplatieve leven. En er zijn ook heel wat teksten te vinden die deze hoge roeping ophemelen, vaak in vergelijking met andere wegen van christelijk leven, die dan als minder gezien worden. De vraag is of dit wel een goede lezing is van deze gekende evangelieperikoop.
En waarom? Wel ik denk dat het evangelie nooit een bepaalde categorie van mensen op het oog heeft met voorbijgaan aan anderen. Nee, het evangelie moet niets hebben van vergelijken. Het evangeliewoord van deze zondag is een woord voor elk van ons, voor elkeen, die zoekt om christen te worden, om met Christus door het leven te gaan.
Homilie Christus Koning 2025
Homilie Christus Koning 2025
Zusters en broeders,
Ook al is het al heel wat jaren geleden, toch herinner ik me nog wat de bedenking die Kardinaal Danneels uitsprak op de uitvaart van Koning Boudewijn. Hij zei: In de toekomst zullen velen het portret van de koning schetsen. Maar zullen ze ‘het geheim van de koning’ vinden? Want hij had een geheim. Het was zijn God, die hij hartstochtelijk liefhad en door wie hij zich zeer bemind wist!
Die woorden, broeders en zusters, lijken me een goede poort te zijn om iets te zeggen over het geheim van de Koning, die we vandaag vieren – Christus Koning. En ik vermoed dat we evenzeer uitkomen bij het geheim van zijn Koninkrijk en bij het geheim van hen die tot dit Koninkrijk behoren.
Het geheim van onze Koning, van Jezus: ‘Zijn geheim was zijn Vader die Hij met een kinderlijke genegenheid liefhad en door wie Hij zich zozeer uitverkoren wist’. Voor Jezus was zijn Vader alles en al het andere was er slechts in betrekking tot zijn Vader. Mag ik het zó zeggen: Jezus was zo zeker van zijn Vader, van de liefde van zijn Vader, dat Hij niet de minste zorg had voor zichzelf. Wie Mij ziet, ziet de Vader. Zo’n totale doorzichtigheid is nauwelijks te vatten. Het betekent tevens dat onze God in Jezus de mensen ontstellend nabij is gekomen. In Jezus bezoekt God zijn volk.
Homilie 15° zondag C 2025
Homilie 15° zondag C
Broeders en zusters,
Telkens als dit evangelie van de Barmhartige Samaritaan mij onder ogen komt, moet ik terugdenken aan een tekst die ik vele jaren geleden tegenkwam in een boekje van Pieter van der Meer de Walcheren. Hij schrijft: ‘Ik heb een nieuwe exegese van de Barmhartige Samaritaan – een parabel door Jezus uitgesproken over de liefde tussen mensen. Een mens – het kan Jezus geweest zin – ligt halfdood langs de weg. Een priester komt voorbij – hij heeft geen tijd, want hij is op weg naar belangrijker bezigheden. Een leviet komt voorbij – ook die loopt met een boog om hem heen. Dan komt een Samaritaan – een heiden – een uitgestotene – en die gaat zonder enige aarzeling rechtstreeks, vanzelfsprekend, vol menselijke deernis naar die bloedende mens en helpt hem. En – en nu is er een vierde, die niet ten tonele verschijnt: dat is de mens die thuis blijft en niet langs de weg loopt. Die vierde die thuis blijft, is een contemplatieve kloosterling. Ik kan en durf geen commentaar geven.” Tot zover Pieter van der Meer.
Ik moet zeggen – die woorden hebben mij heel wat gedaan en mijn roepingsweg fel bemoeilijkt. Ik heb geworsteld, gestreden en uiteindelijk toch gekozen om ‘thuis te blijven’. Maar nu na al heel wat jaren zogezegd ‘thuisgebleven’ te zijn, kijk ik er anders tegenaan. Is het wel zo dat contemplatieve kloosterlingen thuisblijvers zijn? Kennen zij de weg niet van Jericho naar Jeruzalem? Komen ze hun gekwetste medemens niet tegen?