HOMILIE 4de ZONDAG B. 2024
HOMILIE 4de ZONDAG B.
Broeders en zusters,
Ik denk niet dat ik dit reeds van op deze plaats verteld heb, maar vóór m'n intrede bracht ik de zondagvoormiddag toch enigszins anders door dan dit nu het geval is. Bij mij thuis was het een herberg. En dat betekende dat ik die voormiddag meestal achter de toog stond om wat men noemt te 'schenken' en als bijkomende bezigheid - naar allerlei verhalen luisteren van diegenen die aan de andere kant van de toog stonden. Nu - zoals dat toen in een dorpscafé recht tegenover de kerk het geval was, waren verreweg de meeste herbergbezoekers ook kerkbezoekers. Als de mis gedaan was, waren ze daar. En wat opviel was dat er in het vele dat verteld werd, nooit iets ter sprake kwam van wat ze zojuist in de kerk hadden gevierd of beluisterd… Behalve…behalve die ene keer. En daar wil ik iets over zeggen. Die ene keer was onze pastoor ziek en was er een andere priester de mis komen doen. Zijn voorgaan en zijn preek waren die voormiddag hét onderwerp van gesprek. Het was zó anders dan gewoonlijk. Iemand zei: het was precies “ons Heer” zelf die daar stond. En ik herinner me nog: die priester dééd niets anders, niets opvallends… hij gaf geen schone gedachten mee of originele ideeën. Hij vertelde gewoon het evangelie - maar wel zo dat dat evangelie over ons ging. En je bleef niet stilstaan bij hoe hij het zegde… waar haalt hij het vandaan? Maar zijn woorden drongen binnen, deden vragen stellen - haalden je wat onderste te boven. Men werd gewaar: die man is vol van Jezus - hij leeft met Jezus. Hier stond iemand die leeft wat hij zegt. M.a.w. Jezus sprak ons aan door hem. Hij was doorschijnend: een vreemde mengeling van ingetogenheid en vurigheid, van vroomheid en uitdaging.
Homilie 2de zondag B 2024
Homilie 2de zondag B
Broeders en zusters,
Op deze 2de zondag door het jaar - het Marcusjaar -horen we een stukje uit het Johannesevangelie : de roeping van de eerste leerlingen - en volgende zondag zouden we normaliter de Marcus-versie horen van hetzelfde gebeuren : de roeping van Petrus en Andreas, van Jacobus en Johannes bij het meer van Gennesareth.
Johannes en Marcus vertellen ieder op hun eigen wijze hetzelfde gebeuren en als ge daar zo wat mee bezig bent, krijg je oog voor de nuances, voor wat elk van hen specifiek zeggen wil. Ik vermoed dat Johannes heeft nagedacht over een aantal vragen waar Marcus niet bleef bij stilstaan.
Het eerste wat opvalt bij Johannes is dat Jezus niet op een directe wijze zijn leerlingen roept. Bij Marcus zegt Jezus : 'Kom en volg Mij'. In het 4de evangelie worden ze door Johannes de Doper naar Jezus verwezen en ook daarna nog wijst Andreas Jezus aan naar zijn broer Simon toe. Wat zegt dit nu? Gaat het op die wijze niet over ieder van ons, over onze roeping? Ook wij zijn op deze wijze geroepen : anderen brachten ons naar Jezus, wezen ons Jezus aan. Als ik nu de vraag stel : hoe kwam de roep van Jezus mijn leven binnen? Dan moet ik zeggen : geen uiterlijke stem uit de hemel… geen innerlijke stem… Neen, wel Gods stem in een mensenstem. Langs een mensenstem komt Hij ons leven binnen: de stem van al dan niet toevallige mensen op onze levensweg.
Homilie Vijfde Paaszondag A 2026

Vijfde Paaszondag A Hand 6,1-7 1Petr 2,4-9 Joh 14,1-12
Als we Lucas in de Handelingen van de Apostelen horen vertellen van interne spanningen rond de voedselverdeling in de eerste gemeenschap van Jeruzalem, voelen we ons onmiddellijk op ons gemak. Reeds enkele weken na de verrijzenis wordt er ruzie gemaakt! De idyllische beschrijving van de eerste kerk van
Jeruzalem zou ons kunnen ontmoedigen als er niet die toets van realisme was, waar we in onze eigen kerk maar al te vertrouwd mee zijn, dat mensen die het niet met elkaar eens zijn.
Niet alleen de discussie rond de voedselverdeling, maar ook de moeilijkheden en weerstanden om het Woord te geloven en te gehoorzamen, waarvan de eerste Petrusbrief getuigt, en de vragen die Thomas en Philippus in het Evangelie van Johannes aan Jezus stellen, brengen ons dichter bij de realiteit die de onze is, die we in onze kerk en onze gemeenschappen gewend zijn:
namelijk die van uiteenlopende standpunten, van twijfels en geschillen. Hoe frustrerend en irriterend ook, ze horen bij de
realiteit van ons mens-zijn. En er is veel liefde en geduld, maar ook onderscheiding en humor nodig, om je er niet door te laten overweldigen en ontmoedigen.
Homilie Aswoensdag 2016
Homilie Aswoensdag 2016
Uw Vader die in het verborgene ziet.
Misericordes sicut Pater.
Barmhartig zoals de Vader.
Zusters en broeders,
In de evangelielezing die we op Aswoensdag krijgen aangereikt, vernoemt Jezus tot zesmaal toe de Vader en wel naar ons toe – uw Vader. De veertigdagentijd die we nu ingaan, heeft met de Vader van doen, onze Vader. Een Vader van wie de eerste lezing zegt dat Hij genadig is en barmhartig, lankmoedig en vol liefde en dat Hij spijt heeft over het onheil. Wij hebben een God, die Vader is, een barmhartige Vader, en dit is bepalend voor wie wij zijn. Een Vader die op een heel eigen wijze op ons betrokken is: een Vader die in het verborgene is en in het verborgene ziet. Geen opdringerige aanwezigheid die ons verplettert, maar verborgen als het geluid van de stilte.
Homilie Vierde zondag van Pasen A 2026
V
Vierde zondag van Pasen A Hand 2,14a.36-41 1Pe 2,20-25 Joh 10,1-10
Van de aansporing uit Handelingen: “Redt u uit dit ontaarde geslacht” (Hand 2,40) loopt er een lijn naar het citaat uit de eerste Petrusbrief: “Gij waart verdwaald als schapen maar nu zijt ge teruggekeerd naar de herder en hoeder van uw zielen” (1Pe 2,25). Deze lijn mondt uit bij de beelden waarmee Jezus zich vandaag in het Evangelie openbaart: die van de ware herder en van de deur die leidt naar redding en leven in overvloed. Een deur markeert altijd de grens tussen twee ruimten, tussen een buiten en een binnen, tussen onveilig en beschermd, tussen reddeloos en redding. Gemakshalve situeren we ons aan de goede kant van de deur. En misschien is dat ook zo. Belijden we Jezus Christus niet als onze Heer, zijn we niet in zijn dood gedoopt en delen we niet in zijn verrijzenis? “Wat je wilt worden, dat ben je al in hoop”, zei de heilige Augustinus. Bevinden we ons dan niet aan de goede kant van de poort die toegang verschaft tot de Vader en tot het Koninkrijk? We kunnen het alleen maar hopen.