Homilie Aswoensdag 2016
Homilie Aswoensdag 2016
Uw Vader die in het verborgene ziet.
Misericordes sicut Pater.
Barmhartig zoals de Vader.
Zusters en broeders,
In de evangelielezing die we op Aswoensdag krijgen aangereikt, vernoemt Jezus tot zesmaal toe de Vader en wel naar ons toe – uw Vader. De veertigdagentijd die we nu ingaan, heeft met de Vader van doen, onze Vader. Een Vader van wie de eerste lezing zegt dat Hij genadig is en barmhartig, lankmoedig en vol liefde en dat Hij spijt heeft over het onheil. Wij hebben een God, die Vader is, een barmhartige Vader, en dit is bepalend voor wie wij zijn. Een Vader die op een heel eigen wijze op ons betrokken is: een Vader die in het verborgene is en in het verborgene ziet. Geen opdringerige aanwezigheid die ons verplettert, maar verborgen als het geluid van de stilte.
Homilie Vijfde zondag Vasten A 2026

Vijfde zondag Vasten A Ez. 37,12-14 Rom. 8,8-11Joh 11,1-45
“Lazarus, hierheen, naar buiten, naar het Licht, kom naar Mij toe!” Deze woorden, broeders en zusters, die Jezus bij het graf van zijn overleden vriend uitspreekt – letterlijk staat er dat Hij ze uitschreeuwt met grote stem – spreekt Jezus ook tot ons. “Jij die nog dwaalt in het duister van twijfel en ongeloof, jij die je nog ophoudt in het domein van de dood waar alleen getreurd en getroost wordt, kom naar buiten, kom naar het licht, komt tot leven!”
De opwekking van Lazarus is opnieuw een openbaringsverhaal. Zoals Jezus zich beide vorige zondagen openbaarde, eerst aan de Samaritaanse als de bron die haar diepste dorst kon stillen, en daarna aan de Blindgeborene als het licht van de wereld, zo openbaart Hij zich nu als het leven van de mensen. Het ware leven wel te verstaan, dat van de Geest. Want door de zonde blijft uw lichaam weliswaar door de dood getekend, schrijft Paulus aan de Romeinen, maar uw geest leeft door de gerechtigheid. En als de Geest van Christus in u woont, zal Hij die Christus uit de dood deed opstaan, ook uw sterfelijk lichaam eens doen verrijzen door de kracht van zijn Geest (Rom 8,10-11). Lazarus wordt vandaag door Jezus ten leven gewekt, maar nog niet om eeuwig te leven.
Homilie Tweede zondag van de Vasten 2 2026
Tweede zondag van de Vasten 2 2026 Gen 12,1-4 2Tm 1,8-10 Mt 17,1-9
Het leven van een christen is fundamenteel een op weg gaan. Werden christenen in de eerste tijden niet “de mensen van de weg” genoemd? (Hand 9,2) En zegt Christus niet van zichzelf “Ik ben de Weg”? (Joh 14,6) Abraham, onze vader en ons voorbeeld, gaat op weg, daartoe uitgenodigd door een mysterieuze stem die hem zegt: “Vertrek, verlaat, ga op weg”. En Abraham gaat op weg, verlaat zijn land en zijn familie, en wordt een zegen voor anderen. Daarmee is de identiteit van de christen vastgelegd: hij is iemand die op weg gaat en een zegen wordt voor anderen. Op weg gaan vraagt volharding, duurzaamheid, uithoudingsvermogen. Maar volharding betekent niet dat je altijd alleen maar in hetzelfde tempo recht vooruitloopt. De weg is soms kronkelig, hij stijgt en daalt, er zijn hoogtepunten en diepe dalen, je komt op kruispunten; je loopt, je rust, je keert om, je struikelt, je valt en staat weer op; er gebeurt zoveel onderweg, dingen die we al te vaak als tegenstijdig zien maar die toch allemaal deel uitmaken van diezelfde weg en die onze identiteit als christen vormgeven.
Homilie Derde zondag van de Vasten A 2026
Derde zondag van de Vasten A Ex 17,3-7 Rom 5,1-8 Joh 4,5-42
Het is een gemeenplaats te beweren dat onze beschaving een consumptiebeschaving is. Ze ziet de mens als een leeg vat dat gevuld moet worden: met geluid, door een koptelefoon op zijn oren te zetten; met beelden, door een scherm voor zijn ogen te plaatsen; met alles wat zijn behoeften kan bevredigen en tegelijk vermenigvuldigen.
Dat is het tegenovergestelde van wat Jezus deed toen Hij tegen de Samaritaanse zei: “Wie het water drinkt dat Ik hem schenk, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat Ik geef, zal in hem een bron worden die opwelt en eeuwig leven voortbrengt.” (Joh 4,14). Ons vasten moet ervoor zorgen dat we terug aansluiting vinden bij die bron die ons echt kan vervullen. Het ware vasten, dat we verrichten als de Bruidegom van ons is weggenomen, is het vasten dat uitdrukking geeft aan onze verwachting en hoop op de wederkomst van Christus. Dat vasten overspoelt ons met Zijn aanwezigheid, zodat Hij degene wordt die zijn werk in ons kan doen.
Homilie Zesde zondag A 2026
Zesde zondag A Sir 15,15-20 1Kor 2,6-10 Mt 5,17-37
Jezus Christus, de Zoon van God, is in de wereld gekomen om ons de wijsheid van God te onderrichten. De wijsheid van God, dat is de Heilige Geest die zich wil hechten aan ons geest, en ons hart in vlam wil zetten om te branden van liefde. Want God is liefde en alleen door te branden van liefde worden wij één met Hem en één in onszelf.
Het is duidelijk dat Jezus zijn toehoorders op een hoger niveau wil tillen dan dat van loutere uitvoerders van voorschriften. Hij wil tonen wat geen oog heeft gezien; Hij wil laten horen wat geen oor heeft gehoord; Hij wil iets geven dat nog niet in de geest van de mens is opgekomen: namelijk de Heilige Geest van liefde die God heeft bereid voor wie Hem liefhebben. Deze Heilige Geest die zich hecht aan onze geest, is als een licht die de bodem van ons hart onderzoekt, die alle dingen tot zelfs de diepten van God doorgrondt.