Homilie Tiende zondag A 2026
Tiende zondag A Os 6,3-6 Rom 4,18-25 Mt 9,9-1
Zoals bij alle uitingen van menselijke cultuur moet men in de religie onderscheid maken tussen echtheid en onechtheid, authenticiteit en huichelarij. Profeten, zoals Hosea in de eerste
lezing, waarschuwen voor een oppervlakkige godsdienstigheid die kort van duur is, als een ochtendmist die bij de eerste
zonnestralen verdwijnt. Offers opdragen aan God kan een uiting zijn van het ego, om God om te kopen en voor zijn karretje te spannen. God schept echter meer behagen in duurzame trouw en waarachtige godskennis. Volgens de zestiende-eeuwse mysticus,
Johannes van het Kruis, is alleen het pure geloof de meest
veilige, zekere en integere verwelkoming van God. Alleen dat pure geloof is in staat de mens met God te verenigen.
Homilie Vijfde Paaszondag A 2026
Vijfde Paaszondag A Hand 6,1-7 1Petr 2,4-9 Joh 14,1-12
Als we Lucas in de Handelingen van de Apostelen horen vertellen van interne spanningen rond de voedselverdeling in de eerste gemeenschap van Jeruzalem, voelen we ons onmiddellijk op ons gemak. Reeds enkele weken na de verrijzenis wordt er ruzie gemaakt! De idyllische beschrijving van de eerste kerk van
Jeruzalem zou ons kunnen ontmoedigen als er niet die toets van realisme was, waar we in onze eigen kerk maar al te vertrouwd mee zijn, dat mensen die het niet met elkaar eens zijn.
Niet alleen de discussie rond de voedselverdeling, maar ook de moeilijkheden en weerstanden om het Woord te geloven en te gehoorzamen, waarvan de eerste Petrusbrief getuigt, en de vragen die Thomas en Philippus in het Evangelie van Johannes aan Jezus stellen, brengen ons dichter bij de realiteit die de onze is, die we in onze kerk en onze gemeenschappen gewend zijn:
namelijk die van uiteenlopende standpunten, van twijfels en geschillen. Hoe frustrerend en irriterend ook, ze horen bij de
realiteit van ons mens-zijn. En er is veel liefde en geduld, maar ook onderscheiding en humor nodig, om je er niet door te laten overweldigen en ontmoedigen.
Homilie Derde Paaszondag A 2026
Derde Paaszondag A Hand 2,14.22-28; 1Petr 1,17-21; Lc 24,13-35
Automobilisten onder u weten hoe belangrijk het is bij een kruispunt de juiste afslag te nemen. Als je op de ringweg rond Parijs een verkeerde keuze maakt, loop je het risico vele kilometers te moeten omrijden. Ieder kruispunt betekent het maken van een keuze. Is ons leven geen aaneenschakeling van kruispunten en dus van het maken van keuzes? In de middeleeuwen plaatste men op een kruispunt vaak een kruis. De reiziger kon bij dit kruis bidden en hulp vragen de juiste keuze te maken. Met de ontvangen onderscheiding kon hij dan zijn weg vervolgen. Vandaag zien we bij kruispunten vooral veel bewegwijzering. Zijn we het verleerd God te betrekken bij onze keuzes? Kruisen langs de weg staan nu vaak waar er slachtoffers gevallen zijn. Die herinneren ons alleszins aan de risisco’s van de weg.
Homilie Vierde zondag van Pasen A 2026
V
Vierde zondag van Pasen A Hand 2,14a.36-41 1Pe 2,20-25 Joh 10,1-10
Van de aansporing uit Handelingen: “Redt u uit dit ontaarde geslacht” (Hand 2,40) loopt er een lijn naar het citaat uit de eerste Petrusbrief: “Gij waart verdwaald als schapen maar nu zijt ge teruggekeerd naar de herder en hoeder van uw zielen” (1Pe 2,25). Deze lijn mondt uit bij de beelden waarmee Jezus zich vandaag in het Evangelie openbaart: die van de ware herder en van de deur die leidt naar redding en leven in overvloed. Een deur markeert altijd de grens tussen twee ruimten, tussen een buiten en een binnen, tussen onveilig en beschermd, tussen reddeloos en redding. Gemakshalve situeren we ons aan de goede kant van de deur. En misschien is dat ook zo. Belijden we Jezus Christus niet als onze Heer, zijn we niet in zijn dood gedoopt en delen we niet in zijn verrijzenis? “Wat je wilt worden, dat ben je al in hoop”, zei de heilige Augustinus. Bevinden we ons dan niet aan de goede kant van de poort die toegang verschaft tot de Vader en tot het Koninkrijk? We kunnen het alleen maar hopen.
Homilie Tweede Paaszondag 2026
T
Tweede Paaszondag A Hand 2,42-47 1Petr.1,3-9 Joh.20,19-31
Pasen is het feest van de vreugde en de blijdschap want Jezus is verrezen. Maar toch... als we het evangelie goed beluisterd hebben, vinden we bij Jezus’ leerlingen maar weinig vreugde en enthousiasme. We zijn eerder getuige van onrust, paniek en tegengestelde reacties: de ene gelooft, de andere gelooft niet. De eensgezindheid van de jonge Kerk, zoals beschreven in de Handelingen van de Apostelen, is er nog niet te vinden. Integendeel, de leerlingen zijn bang en hebben hun deuren gesloten uit vrees voor de Joden.
Kunnen we wel echt Pasen vieren en aan de vrede en vreugde deelachtig worden, als we niet echt geloven dat Jezus verrezen is? Maar dat geloof is niet zo vanzelfsprekend. Dat is wat het evangelie ons vandaag duidelijk wil maken. We ontmoeten in dat evangelie een leerling, een ooggetuige, die veel moeite heeft te geloven dat Jezus verrezen is. We kennen hem allemaal, die ongelovige Thomas. Misschien werd er vroeger vanuit de zekerheid van het geloof wat op hem neergekeken, maar we zijn hem de laatste tijd sympathieker gaan vinden. Tegenwoordig is hij degene die het dichtst bij onze kritiek en onze twijfels staat.