Tekst & Onderricht op 16 december 2025

Onderricht op 16 december 2025
Inspiratie voor het onderricht wordt in dit werkjaar o.a. geput uit Michael CASEY, ocso, Naar God. Inleiding tot de praktijk van het gebed, Lannoo-Tielt, Abdij Bethlehem, 2007.

We kunnen anderen beslist ervan overtuigen hoe heilzaam mediteren is en waarom meditatie – als vorm van contemplatief bidden –
ons datgene bijbrengt wat ieder gebed tot een echt gebed maakt en niet louter tot het lezen van een tekst, een intentieverklaring, een verzuchting of het creëren van een religieuze ambiance.
Want wat echt noodzakelijk is voor een gebed
is een aandachtig aanwezig zijn met een open geest en een open hart, met een bevrijde gerichtheid op de aanwezigheid van de Andere.
We kunnen anderen aanleren hoe men zich daarvoor klaarmaakt. Maar we kunnen anderen toch niet leren bidden,
hoewel de leerlingen aan Jezus uitdrukkelijk de vraag naar gebedsonderricht stelden.


Niet alleen heeft iedereen een eigen hart en een eigen geest
die geopend moeten worden, die bevrijd moeten worden van eigen gedachten, van strikt eigen verlangens en fantasieën en traumatische inhoud,
maar we brengen zelf ons eigen bidden niet tot stand,
zoals we ook onze eenheid met God niet tot stand brengen, want die is er al. Alles wat wij moeten doen is stil worden, verstillen,
zodat we in ons de bron horen, bewust worden van aanwezigheid. Dat verstillen is een hele karwei!
Niets doen en een compleet open
en innerlijke passieve houding aannemen is erg moeilijk.
Maar soms kunnen we daarbij geholpen worden
als we door omstandigheden weer tegen een muur aanlopen, maar dan wel de muur van ons diepste innerlijke verlangen naar integriteit en naar eenheid met God.
Dat is zo als we weer scherp geconfronteerd worden met onze onmacht en onze zwakheid
en met een gevoel van onwaardigheid, eigenlijk,
met het niet integer zijn, met het niet één zijn met God én met onszelf.
Dat leidde de tollenaar naar een innerlijke gesteltenis
van totale openheid voor God, die liefde en barmhartigheid is.
Bidden is ons onderwerpen aan een innerlijk proces van geneigdheid en verlangen naar God.
Het is geen kwestie van in ons hart en in onze geest het gebed binnen te brengen, maar om ons hart en onze geest in het reeds aanwezige innerlijke gebed te brengen.

Daarom kunnen perioden van moeilijkheden in het gebedsleven perioden van innerlijke groei zijn.
Het is hier aangewezen Casey zelf aan het woord te laten:
“Gebed kunnen we niet meten volgens een gradatie van succes of mislukking,
omdat het Gods werk is en God altijd slaagt.
Als we denken dat we gefaald hebben in het gebed,
komt dat omdat wijzelf besloten hebben welke vorm ons gebed moet aannemen en we dan teleurgesteld zijn omdat wij niets kunnen doen
om dit blijvend succesvol te verwezenlijken.
Maar bidden is niet meer of minder
dan de werking van de Drie-eenheid op het niveau van ons zijn. En daar hebben we geen macht over.
We kunnen ons er alleen maar vol eerbied aan onderwerpen.”
Daarom heeft het contemplatieve en echte gebed
in ieder geval niets te maken met nadenken over God,
noch over ons leven, noch over de weg die we moeten gaan, noch over we hoe daarin succesvol zijn of voortdurend falen.
Behalve dat laatste kan dat alles zeker zeer zinvol zijn
en als dit geschiedt vanuit het bad van het gebed, ook zeer heilzaam. Maar dat nadenken blijft het werk van de eigen geest, de eigen ratio,
een werk waarbij het hart zich komt bemoeien met gevoelens en emoties. Bidden is weliswaar eerder in ons hart te situeren,
maar hier wordt met hart niet de bron van onze menselijke emoties bedoeld, maar hetgeen dieper en daarachter gelegen is,
achter de nevelen van onze gedachten en emoties, de nevelen die zich alleen door ons verstillen openen.

https://www.youtube.com/watch?v=nTSfTAcaLnI&list=RDnTSfTAcaLnI&start_radio= 1

1. Es kommt ein Schiff, geladen bis an sein’ höchsten Bord, trägt Gottes Sohn voll
Gnaden, des Vaters ewigs Wort.
2. Das Schiff geht still im Triebe, es trägt ein teure Last; das Segel ist die Liebe, der Heilig Geist der Mast.
3. Der Anker haft’ auf Erden, da ist das Schiff am Land. Gott's Wort tut uns Fleisch
werden, der Sohn ist uns gesandt.
4. Zu Bethlehem geboren im Stall ein Kindelein, gibt sich für uns verloren; gelobet muss es sein.
5. Und wer dies Kind mit Freuden umfangen, küssen will, muss vorher mit ihm leiden groß Pein und Marter viel,
6. Danach mit ihm auch sterben und geistlich auferstehn, Ewigs Leben zu erben, wie an ihm ist geschehn.