tekst en Onderricht op 6 januari 2026


Onderricht op 6 januari 2026
Inspiratie voor het onderricht wordt in dit werkjaar o.a. geput uit Michael CASEY, ocso, Naar God. Inleiding tot de praktijk van het gebed, Lannoo-Tielt, Abdij Bethlehem, 2007. Deze keer niet.

Zondag eindigt met het feest van het doopsel van de Heer de kersttijd, de tijd waarin we het Christusmysterie vieren.
Kerstmis zelf, het feest van de Heilige Familie, het feest van de Moeder Gods,
het feest van de Openbaring of Epifania en het feest van het doopsel van de Heer, maken ons in deze dagen bewust van dit mysterie
en roepen ons op erin te geloven en door dat geloof ons leven te laten omvormen. Anders gezegd: we worden geroepen om deel te nemen aan het Christusmysterie.
Het Christusmysterie laat ons ervaren en beleven dat God zich in alles en allen openbaart.
Wij zijn ons van die openbaring bewust en weten ook
dat die openbaring door Gods menswording ook betekent
dat we één zijn met God en geroepen zijn om te delen in zijn wezen. God is in ons en daarover schrijft de apostel Johannes:
Dat Hij in ons woont weten we door de Geest die Hij ons gegeven heeft. (1 Joh 3) De wijzen uit het oosten in het geboorteverhaal van het Matteüsevangelie erkennen in de mens de aanwezigheid van God,


erkennen de openbaring van God in de mens.
Ons mediteren kan ook niet zonder deze erkenning.
Paus Franciscus noemde deze erkenning de ware contemplatieve ingesteldheid.
Voor de zoveelste keer haal ik die prachtige zin aan
uit zijn apostolische exhortatie De Vreugde van het Evangelie: Daarom hebben we een contemplatieve ingesteldheid nodig die ons iedere dag opnieuw in staat stelt te ontdekken
dat we dragers zijn van een goed dat ons tot mens maakt, en ons in staat stelt een nieuw leven te leiden.
Meditatie is niets anders dan iedere dag opnieuw ontdekken en bewust worden van de aanwezigheid van de Christus in ons
die ons in eenheid met Hem tot eenheid met God wil brengen en dus tot een leven van louter liefde.
De wijzen boden drie geschenken aan.
Wat wij aan te bieden hebben is ons bewustzijn.
Ik herneem hier enkele overwegingen
uit mijn homilie op het feest van de Openbaring.
Als we mediteren doen we dat in het aanbieden van eveneens drie geschenken. Het zijn geschenken die we geven aan wie we echt liefhebben

en ze kunnen meer dan goud en zilver als blijken van liefde gelden. Het eerste is onze zeer kostbare tijd.
Voor wie of voor wat we tijd hebben, aan wie of aan wat we tijd spenderen laat zien voor wie of voor wat we interesse hebben,
naar wie onze genegenheid uitgaat.
Men kan moeilijk beweren dat men iemand liefheeft als men voor die ander
nooit tijd maakt, nooit tijd vrij maakt en andere tijdrovende zaken aan de kant zet. Men kan zo ook moeilijk beweren dat men gelooft als er in de loop van de dag geen moment is waarin men uitdrukkelijk tijd schenkt aan God.
Gebed en liturgie zijn in een gelovig leven onontbeerlijk
en het is goed dat we ophouden met deze aspecten van het geloofsleven
als bijzaak aan de kant te zetten of er enkel tijd voor te maken als het ons past. Mediteren is tijd, kostbare tijd geven.
Het tweede wat we te bieden hebben
is datgene waarmee we de geschonken tijd vullen: aanwezigheid en aandacht, aandachtige aanwezigheid en aanwezige aandacht.
Daarvoor moeten we niet alleen activiteiten en bezigheden stopzetten, maar ook die innerlijke activiteit van piekeren, dromen, fantaseren, plannen en innerlijke dialoog.
Aandacht en aanwezigheid eisen een uiterlijk en innerlijk verstillen, rustig worden en totale gerichtheid op de ander.
Het is een levenshouding die we kunnen inoefenen, waarin we ons kunnen bekwamen.
Gebed en liturgie is niets anders dan tijd schenken aan God, tijd waarin we aanwezigheid en aandacht schenken,
waarin we ‘met ons hart bij de Heer’ zijn,
zoals we dat ook doen als we tijd en aandacht aan een geliefde schenken. Als we mediteren zijn we met ons hart bij de Heer.
Tijd en aandacht schenken kost moeite.
Liefde vraagt en dwingt ons soms om dingen voor de ander te doen die moeilijk zijn, die moeite kosten,
die onszelf niet onmiddellijk genoegdoening schenken,
die we dus echt doen omwille van de ander, dingen die opoffering vragen….
Er kan van geen liefde en dus ook van geen geloof sprake zijn
als er geen gave van tijd en aandacht en als er geen opoffering is. Iedere dag mediteren is een serieuze opoffering.

https://www.youtube.com/watch?v=E2q5PZqqZek&list=RDE2q5PZqqZek&start_radi o=1