Tekst enOnderricht op 3 maart 2026
Onderricht op 3 maart 2026
Inspiratie voor het onderricht wordt in dit werkjaar o.a. geput uit Michael CASEY, ocso, Naar God. Inleiding tot de praktijk van het gebed, Lannoo-Tielt, Abdij Bethlehem, 2007.
Er is een zenboeddhistisch gezegde dat leert:
“Gedraag je als je alleen bent alsof je samen bent
en in het gezelschap van anderen, gedraag je alsof je alleen bent.”
Bedoeld wordt ongetwijfeld: wees steeds jezelf.
Maar iedereen weet dat we ons in verschillende omstandigheden,
in wisselende situaties en in het bijzijn van telkens weer andere mensen heel anders kunnen gedragen, soms compleet anders!
Anders uitgedrukt: andere omstandigheden, situaties en gezelschappen brengen soms andere aspecten van onze persoonlijkheid aan het licht of roepen verborgen eigenschappen en talenten tot leven.
Zo kan het dat bepaalde situaties en gebeurtenissen of ontmoetingen ook ons diepste zelf aan het licht brengen, ons ware ik doen opstaan. En in de loop van ons leven kunnen die veranderingen ook plaatsgrijpen door gestage transformatie en groei.
Onze manier van bidden en de aard van ons gebed
kunnen eveneens wijzigen onder invloed van externe omstandigheden of door onze geestelijke groei.
Bij een eerder volwassen geworden geloof
is de gebedscultuur wellicht anders dan bij een pas bekeerde. Een oude monnik bidt wellicht anders dan een novice.
Een volwassen geloof is echter bij de meesten niet evident. Velen hebben om meerdere redenen het geloof verworpen voor het echt tot bloei kon komen
en anderen hebben een geloof in kinderlijke vorm behouden. Maar wanneer kunnen we over echt en volwassen geloof spreken? En wanneer is een gebed echt en authentiek?
Het gebed van een kind of van een tollenaar kan even echt zijn als dat van een woestijnvader.
Van belang is dat het waarlijk een verlangen naar God uit
- welk ook de aard van dat verlangen is –
én aansluit bij de menselijke en geestelijke groei.
We kunnen dus door evolutie of door omstandigheden ons op verschillende manieren tot God wenden, vanuit verschillende standpunten naar God kijken, God en onszelf anders ervaren.
Ja, de verschillende fases van onze evolutie
en verschillende omstandigheden kunnen voor ons een andere zelfopenbaring van God inhouden.
Eenvoudig gezegd: we kunnen tot andere en nieuwe inzichten komen, inzichten die niet het resultaat zijn van nadenken, maar van ervaring.
Maar meditatie is een gebed van regelmaat en discipline
en het lijkt ons evident dat dit niet aan verandering onderhevig is.
We beschouwen het als een stabiel begeleidend element in ons leven.
Het gevaar bestaat dat we die stabiliteit zoeken
en een meditatie die ‘goed’ verloopt als norm en verwachting voorop stellen:
een tijd waarin we dan supergeconcentreerd zijn,
ons even van zorgen verlicht voelen, we innerlijke vrede ervaren.
Doch in een aantal omstandigheden en tijden van ons leven kan ons leven chaos zijn en ons innerlijk een geploeter.
Verlangen we dan ook naar Gods aanwezigheid, dan weze het bewustzijn van dat verlangen,
in de meditatietijd gedragen door ons gebedswoord, ons gebed.
In iedere situatie en omstandigheid mogen we bidden en mediteren, ook al vinden we ons gebed niet ideaal en diepgaand.
Het aanvaarden van ons gebed in niet ideale omstandigheden is eigenlijk het aanvaarden van ons niet ideale ik
en laat ons toe te groeien in zelfkennis
en die brengt ons tot de ervaring van de liefde van God. Want God is er, wat er ons ook overkomt.
Dat is de waarheid van onze ‘mythologie’,
de geschiedenis van het Godsvolk, dat zich in verschillende omstandigheden en op verschillende wijzen tot God richtte en zijn aanwezigheid leerde kennen.
In alle omstandigheden en groeifases
gaat het goddelijke samen met het menselijke, incarneert God zich voortdurend en hebben wij de mogelijkheid om die te ervaren en eraan deel te nemen.
Gebed en meditatie is een oefenen en beoefenen van deze mogelijkheid.
https://www.youtube.com/watch?v=nBJnWbSk7vI&list=RDnBJnWbSk7vI&start_radi o=1