tekst en Onderricht op 17 maart 2026
Onderricht op 17 maart 2026
Inspiratie voor het onderricht wordt in dit werkjaar o.a. geput uit Michael CASEY, ocso, Naar God. Inleiding tot de praktijk van het gebed, Lannoo-Tielt, Abdij Bethlehem, 2007.
Er is bij veel mensen een sterke interesse voor gebeds- en meditatietechnieken.
Uit die interesse spreekt een gerichtheid op ‘resultaten’,
een zekere vorm van prestatiegerichtheid
en het verlangen om het gebed te ‘beheersen’, de regie in eigen handen te houden.
Wat in dat alles wel op begrip en goedkeuring kan rekenen
is het ontwikkelen van vaardigheden om aandachtiger aanwezig te zijn,
om ‘met ons hart onverdeeld aanwezig te zijn bij’.
Om die vaardigheid verder te ontwikkelen
is eveneens lectuur en Schriftlezing aangewezen, eerder dan TV kijken of luisteren naar podcasts… En omgekeerd heeft onze leestijd alle voordeel bij een ontwikkeld vermogen tot aandacht.
Dat geldt zeker voor de Schriftlezing,
waar we gedachten putten om te overwegen, beelden ontmoeten die ons aanraken
of al lezende denkbeeldig deelnemen aan Christus’ openbaar leven.
De Bijbel lezen we best niet om citaten en strategische onliners te verzamelen noch om een oplossing voor onze problemen te vinden.
Het lezen van de Schrift is ‘lectio divina’ en is echt bidden.
We laten ons daar het woord van God vinden en raken.
De vereiste houding daarvoor is aandacht, openheid, ernst en stilte. We lezen de Schrift om ons geloof te beleven en te voeden.
We gebruiken daarvoor een Bijbel met een goede en correcte vertaling, en we gaan met het boek eerbiedig om, houden het ongeschonden
en gaan er niet zoals in andere studieboeken in markeren en krabbelen. In de praktijk hebben lectio divina en meditatie veel met elkaar gemeen.
Zoals we onze meditatie met lezing en gebed kunnen voorbereiden
en daarmee een overgang creëren en ons hart en onze geest openstellen, zo verwelkomen we de lezing ook best met stilte en gebed.
Aanwezigheid met aandacht bij het lezen is een evidente parallel met meditatie.
Nogmaals, dat vraagt een voorbereidende tijd, geest en hart op orde stellen en alles wat afleidt uitschakelen, verwijderen en vermijden.
Net zoals meditatie houdt ook lectio divina een toewijding in. Concreet betekent dat zeker een gave van kostbare tijd.
We zijn trouw aan de praktijk van de meditatie,
we mediteren niet alleen als het ons past of als we er zin in hebben.
Zo dienen we een hoofdstuk uit de Bijbel, een boek uit de Bijbel of een ander boek dat we als geestelijke lezing ter hand nemen,
in zijn geheel door te lezen en de stukken die ons niet onmiddellijk boeien of niet direct ons hart verblijden moeten we niet overslaan.
Meditatie moet samengaan met een contemplatieve levenswijze, een levenswijze waarin stilte en verstillen aan bod komen.
Zo mag de inspiratie, die we lezend ontvangen, ook in ons leven vrucht dragen. Geestelijk lezing is iets anders dan studerend lezen. Is niet vrijblijvend.
Bij lectio divina is er een soort van eerbiedige passiviteit
waarbij – net zoals bij meditatie – ons zoekend en kritisch denken stilvalt. We kunnen de Bijbelteksten wel aan exegetisch onderzoek onderwerpen, maar lectio divina is geen exegese en
als we kerkelijke documenten, werken van kerkvaders of kerkleraren lezen beschouwen we deze bij de geestelijke lezing niet als studieboeken.
Het luidop lezen van de tekst is aangeraden.
Dit remt het leesritme af en belet dat we over de tekst glijden, dat we fotografisch lezen.
Daarbij luisteren we ook naar hetgeen we lezen
zoals we ook innerlijk luisteren naar ons gebedswoord tijden de meditatie.
Ook bij het lezen kunnen gedachten stoorzenders zijn en de moeilijkheden die we met teksten hebben zeggen eerder iets over ons dan over de tekst.
We begrijpen vaak een tekst niet omwille van innerlijke onrust….