Tekst en Onderricht op 21 april 2026


Onderricht op 21 april 2026
Inspiratie voor het onderricht wordt in dit werkjaar o.a. geput uit Michael CASEY, ocso, Naar God. Inleiding tot de praktijk van het gebed, Lannoo-Tielt, Abdij Bethlehem, 2007.

Casey stelt dat mediteren het gevaar loopt
een achtenswaardig modeverschijnsel te worden,
vooral dan bij mensen die hun spirituele weg graag zelf in elkaar steken. Hoe aantrekkelijk het voor dezen kan zijn,
hoe te geëxalteerd meditatie lijkt voor anderen.
Maar meditatie is als ademen, in de zin van niets doen, niet iets doen wat aan te leren is,
waar bijzondere vaardigheden of talenten voor nodig zijn. Maar als je dat niets doen goed wilt doen,
dan doe je het best uit liefde tot God, om Hem te zoeken,
of beter, om Hem de kans te geven jou te vinden en te transformeren.


Dat niets doen brengt de mens tot een ander gedragsniveau dat datgene wat start bij verwachtingen en angsten.
Het vereist het loslaten van deze startpositie en de daaraan verbonden motieven. En dat loslaten is enorm moeilijk en roept weerstand op,
weerstand die zich kan uiten in een agressieve bui van traagheid en tegenzin. Want er is zoveel dat moet gedaan worden, gezien worden, gekend worden, ervaren worden, beleefd worden. Zo denken we toch…
Er is zo veel dat onze aandacht en onze tijd rooft.
Die traagheid en tegenzin is eigenlijk normaal voor een normaal mens…

1. Vooraleer we aandacht leren schenken, dien we eerst tijd te geven. We maken tijd om te mediteren, niet alleen als ik er zin in heb.
Maar het mag ook geen tiranniserende dwang worden.
Er moet een redelijk minimum aan tijd zijn. Twintig minuten is OK. Het mag soms iets meer zijn,
maar dat meer dient niet als een must beschouwd te worden.

2. Bevorderlijk voor het mediteren en het concentratievermogen is een goede lichamelijke conditie.
In een gezonde levenswijze doen we zo veel mogelijk wat deze conditie bevordert en vermijden we zo veel mogelijk wat deze conditie kan ondermijnen.
Omdat een goede innerlijke gezindheid
eerder het gevolg is van een vol hart dan van een lege maag wordt ascese niet voor allen als ideaal beschouwd,

maar wel het leren creatief omgaan met de geneugten
en de genoegens van het leven eerder dan ze dramatisch uit te schakelen. Voldoende nachtrust is evenwel een noodzaak.

3. Ongeremde emoties zijn zeer storend en ze ontkennen of negeren is niet wenselijk.
Om een noodzakelijk emotioneel evenwicht te bereiken
dient men er mee te leren omgaan door ze bewust te aanvaarden en er vóór de meditatietijd mee in gesprek te gaan
en in een gebed binnen te brengen.
De meest storende emoties zijn woede en droefheid.
Ze drukken het niet aanvaarden uit van een toestand
die ons gegeven is en waarin we kunnen leren vertrouwen op Gods liefde en werkelijk de moed om te zijn kunnen toelaten.
Zeer helpend is het injecteren van denken dat het tegengestelde kan inplanten: vrede en tevredenheid tegenover woede en dankbaarheid tegenover droefheid.

4. We laten ook – zonder ze te ontkennen of te verdringen –
onze grieven tegenover anderen los
en leren om niet vast te houden aan hun fouten waardoor we in vrede kunnen leven met anderen en in harmonie met onze omgeving.
Zoals het Onzevader ons leert is dit heel belangrijk om echt tot gebed te komen. In onze innerlijke dialoog, die aan de meditatie voorafgaat,
kunnen we de motieven voor onze antipathie achterhalen en misschien leren wat sympathie te injecteren.

5. Zoals we voor het slapengaan best geleidelijk tot rust komen en ontspannen, zo bereiden we ons ook voor op onze meditatietijd
door te zorgen dat er geen onverwerkte gegevens op onze gemoedsrust inwerken.
We gaan in ieder geval onze geest niet opvullen met opwindende gedachten die ongewenste storende fantasieën genereren.
En luisteren naar zachte muziek kan helpen.

6. We zoeken een geschikte plaats op, rustig en niet rommelig, vertrouwd en eventueel voorzien van een voorwerp
dat de plaats en de ruimte een gewijd karakter geeft, zoals een kaars of een icoon of kruisbeeld.

7. Een goede lichaamshouding is essentieel. Er dient een onbeweeglijkheid te zijn,
gecreëerd door een ontspannen maar ‘beheerste’ houding,
waarbij vooral een rechte rug belangrijk is, niet strak militair maar natuurlijk.
De handen kunnen gevouwen op de schoot rusten
en de ogen zijn gesloten of gericht op een gewijd voorwerp of een kaars.

8. Bloeddruk en blozen kunnen we als emotionele reacties niet controleren.
Onze ademhaling wel en het is goed bij de start van de meditatie enige tijd aandacht aan onze ademhaling te schenken
en deze te brengen tot een natuurlijk rustig ritme.