tekst en Onderricht op 5 mei 2026


Onderricht op 5 mei 2026
Inspiratie voor het onderricht wordt in dit werkjaar o.a. geput uit Michael CASEY, ocso, Naar God. Inleiding tot de praktijk van het gebed, Lannoo-Tielt, Abdij Bethlehem, 2007.

Het gebed en het contemplatieve leven - zowel bij religieuzen als bij ‘leken’ –
vraagt inspanning, trouw, moeite en discipline en biedt eigenlijk weinig vertroosting.
Maar soms kan er een heel vreugdevolle en inspirerende ervaring optreden
en ook, de transformerende werking van het gebed – de vruchten van het bidden –
wordt pas na enige tijd duidelijk.
M.b.t. het gevoelsleven kan het gebedsleven ons met twee extremen confronteren: ontevredenheid, dorheid en weerzin en tevredenheid, vrede en enthousiasme.
Geïnspireerd door de karmelietes Ruth Burrows kunnen we spreken van ‘light off’ en ‘light on’ tijden, hetgeen we in het dagelijks leven ook ervaren. in ons werken en in ons omgaan met mensen.


Off-tijd maakt in ieder geval een einde aan zelfgenoegzaamheid, namelijk,
de overtuiging dat mijn ijveren en mijn vroomheid me wel on-tijden zal schenken. Ik word er aan herinnerd dat alleen God me vrede kan schenken.
Ik word nederig en dat zorgt ervoor dat mijn on-tijd me niet vervult met al te wild enthousiasme!
On-tijd is de vredevolle spirituele ervaring dat God me bezoekt, aanraakt, dat Hij mij naar zich toe trekt, ons van onze zwakheid en zondigheid wegtrekt en ons leert relativeren, veel onbelangrijk laat worden.
Hoe meer kleine on-tijden we kennen, hoe ‘stiller’ we dus worden: soberder, zwijgzamer, weg van oppervlakkigheid, zinloos gebabbel.
Ook ontevredenheid over eigen oppervlakkigheid en die naast ons groeit,
maar dit mag geen minachting noch voor onszelf, noch voor anderen betekenen, geen ergernis die ons belet vriendelijkheid te betonen voor onszelf en anderen!
Maar de off-tijden blijven komen en zich opstapelen.
Bernardus van Clairvaux wees daar voortdurend op
en herinnerde aan wat in een lied met een tekst van Huub Oosterhuis klinkt:
“Hij doet met ons, Hij gaat ons in en uit.”
Off-tijd kunnen we ook uit-tijd noemen en on-tijd in-tijd.
De spirituele weg, het geestelijk leven, is geen onafgebroken on- of in-tijd en wordt niet gekenmerkt door de ervaring van gestage vooruitgang.
Maar belangrijker dan een euforisch on-moment
is de reflex om telkens weer recht te staan, te blijven terugkeren, te herbeginnen en de moed om na iedere val weer op te staan en verder te gaan.
En ook daarin ondervindt men het in-komen van de Geest, van God.

Er is de dagelijkse wissel van dag en nacht en de jaarlijkse wissel van de seizoenen.
Zo kunnen er in het spirituele leven ook seizoenen aantreden, langere perioden van on en vooral langere perioden van off.
Soms denkt men dat men de zomer – een lange of voortdurende on-tijd –
kan realiseren door een strikte leefregel in acht te nemen. Maar dat lukt nooit! Gods komst en blijven is niet te forceren! Bovendien is Hij in off- of uit-tijden niet echt weg.
En die tijden dragen in zich meer vruchtbaarheid dan we durven denken.
Ze zijn van belang voor onze groei, herinneren ons aan wat we willen en niet willen en nodigen uit tot goddelijk geduld.
We moeten ons niet laten tiranniseren door positieve verwachtingen zoals we dat ook niet met onze medemensen moeten doen!
We moeten leren verdragen, vooral onszelf. En we mogen openstaan voor verrassingen.
Maar soms hebben we wel nood aan een on-moment, een in-tijd. Dan komen we echt tot leven, voelt God vertrouwelijk aan.
In de mystiek spreekt men dan soms van ‘geestelijk huwelijk’.
Het is vooral een huwelijk van de wil, een eenworden van onze wil met die van God: hetzelfde willen en hetzelfde niet willen.
Deze verstrengeling van Gods wil met de mijne drukt zich door in alle aspecten van het leven.
Bernardus beantwoordde de vraag hoe we kunnen weten dat de Bruidegom thuis is. Alleen aan de bewogenheid om goed te zijn en goed te doen.
Zijn binnentreden is trouwens geen binnentreden noch van buiten noch van binnen.
Het is de ervaring van ‘in Hem’ te zijn, van eenheid en vereniging en deze is door mij niet te realiseren.
Er is geen kwestie van zelfverheffing, maar van zelfvergetelheid.
Een on-moment is van korte duur
en laat je steeds achter met een gevoel van onwaardigheid en besef van eigen leegte.