Ter inspiratie

Kardinaal Robert SARAH in een interview met Emmanuel Van Lierde, Tertio 942, 28 februari 2018
De gewijde stilte is het kostbaarste goed van de gelovigen. Laat niemand hen dat ontnemen! De stilte moet onze liturgieën doordesemen. Romano Guardini zei: ‘Als iemand me vraagt waar het liturgische leven begint, dan antwoord ik: bij het aanleren van stilte. Zonder stilte mist alles ernst en blijft het ijdel. De stilte is de eerste voorwaarde voor elke heilige handeling.’ Of zoals kardinaal Godfried Danneels ooit zei tijdens een lezing met de suggestieve titel Een houding van dienstbaarheid en niet van manipulatie:

‘Het gebrek van de westerse liturgie is dat ze te spraakzaam is.’
De stilte is geen theoretisch begrip, maar een weg die ons toelaat naar God te gaan. God is stilte en de goddelijke stilte woont in de mens. Door met die zwijgzame God te leven, worden we zelf zwijgzaam. Niets laat ons God meer ontdekken dan de stilte die in het hart van ons bestaan is ingeschreven. Kind van God zijn, is kind van de stilte zijn. De strijd om de stilte is dan ook een dagelijkse spirituele strijd. Het vergt ascese. Het vraagt moed om ons te bevrijden van alles wat ons bezwaart en van alle uiterlijkheden. Het gepraat houdt ons weg van God. De zwijgzame daarentegen is een vrije mens. De ketenen van deze wereld hebben geen greep op hem. Geen enkele dictatuur vermag iets te doen tegen de zwijgzame mens, want ze kan hem niet beroven van zijn stilte. Ik denk aan mijn voorganger in Conakry, aartsbisschop Raymond-Marie Tchidimbo. Bijna negen jaar zat hij in de gevangenis door de marxistische dictatuur. Hij mocht niemand ontmoeten of spreken. Die opgelegde stilte werd voor hem een ontmoetingsplaats met God. Wonder hoe dat cachot een noviciaat werd, dat hem hielp de grote stilte van de hemel beter te begrijpen. De stilte helpt ons af te dalen in ons diepste zelf, daar waar we onszelf tegenkomen en waar we God mogen ontmoeten. ‘Dat ik mezelf kennen mag om U te kennen’, zei Augustinus.