De stille revolutie

vlinderuitcocon

 

 

 

 

Mediteren is binnengaan in vergoddelijking via Jezus. Langs hem om worden wij één met God. Met Hem overstijgen wij onszelf totaal en laten we onszelf achter om in Hem een nieuwe schepping te worden. In Hem is mediteren een proces van zelftranscendentie. In de mate dat we onszelf overstijgen delen we in de goddelijke natuur, omdat we leren één te worden met de kracht van de liefde.

Onze groei in het mediteren kan niet gezien worden als een opstapeling van ervaringen, maar veeleer als een overstijging van alle ervaring. Wat we zo vaak “ervaring” noemen, is alleen maar een herinnering. Terwijl in de eeuwige scheppingsdaad die het leven van de trinitaire God is, alles aanwezig is. Toch krijgt ieder van ons, door zijn eigen kleine zelfoverstijging, het vermogen om één te worden met God. Dat mogen we nooit vergeten.

Telkens wanneer we gaan neerzitten om te mediteren, gaan we binnen in dat één-zijn, de eenheid van God die nu is, van God die liefde is. Dat kunnen we niet voldoende uitdrukken in gedachten of woorden. Voor ons verstand is het te eenvoudig om te begrijpen. Wat we wel  kunnen is gaan neerzitten en onze mantra zeggen met bescheidenheid, met trouw en met een absoluut vertrouwen in de goedheid van God, die ons verder roept dan al onze begrenzingen. Het wonder van de christelijke openbaring is dat Hij ons roept om ons met Hem te ontplooien in de oneindigheid. Hoe meer we het wonder van onze roeping beschouwen, hoe bescheidener we wel moeten worden en hoe armer van geest. We worden bescheiden en arm van geest door onze trouw aan de mantra. Naarmate we vorderen, moeten we meer gelovig worden.