mediteren: bidden in de woestijn

zand

 

De veertigdagentijd, die dit jaar op zijn einde loopt, is een ‘woestijntijd’. Ook de beperkende preventiemaatregelen in deze corona-tijd plaatsen ons ietwat in een woestijnsituatie. Meditatie is hét gebed van de woestijnbeleving.
   


Stilte en aandacht
De vlag ‘meditatie’ dekt vele ladingen en vele mensen weigeren de band te maken tussen meditatie en gebed of begrijpen niet goed hoe mediteren bidden zou kunnen zijn. Meditatie is niet alleen bidden. Het is de oervorm van het gebed waarbij de twee belangrijkste aspecten van het echte bidden in geest en waarheid aan bod komen, beleefd en ‘ingeoefend’ worden: stilte (verstillen) en aandacht. Verstillen als noodzakelijke voorwaarde voor die aandacht. Het betreft hier geen aandacht voor eigen problemen, verwachtingen, planning, wensen, frustraties. Het is pure en woordloze aandacht voor de aanwezigheid van de Aanwezige. De aandacht ligt totaal bij de Ander. Daarom is meditatie geen bezigheid waarbij men innerlijk ‘leeg’ wordt, maar een manier van zijn, waarin men de aandacht voor zichzelf loslaat en men zijn hart en geest opent voor de (a)Ander. Aandacht is de eerste vorm van de liefde die we elkaar en God verschuldigd zijn. Aandacht is een beleving van liefde. Zonder aandacht geen diepe verbondenheid. Aandacht is de eerste vorm van respect en eerbied.

Woestijnvaders en –moeders

Meditatie wordt door velen ook in verband gebracht met oosterse religies. Maar meditatie is een universeel spiritueel gegeven. Jezus zelf had zeker een vorm van meditatief gebed waarin Hij totaal één was met de Vader. In het christendom waren het vooral de woestijnvaders en -moeders die zich als eersten systematisch op dit bidden toelegden en dat is niet verwonderlijk. De woestijn is de plaats van stilte, van verstillen en van leegte in die zin, dat er niets aanwezig is van al het ‘wereldse’ dat voortdurend onze aandacht trekt en ons ook verleidt en afleidt van ons ware wezen. Vooral in de oosterse kerken leefde de meditatieve gebedsvorm verder in het zgn. Jezusgebed.

Mantra

Meditatie in de christelijke traditie is wat men mantra-meditatie heet. Een mantra is een gebedswoord dat voortdurend innerlijk en op het ritme van de ademhaling herhaald wordt. Alle aandacht is bij dat woord waardoor men zijn aandacht richt op de Aanwezige. Uitleggen hoe je mediteert is vrij eenvoudig. Mediteren is de eenvoud zelf.

John Main (1926-1982)

John Main, de stichter van de Wereldgemeenschap voor Christelijke Meditatie, vatte het onderricht aldus samen: “Ga zitten. Zit stil en rechtop. Sluit zachtjes de ogen. Zit ontspannen en alert. Wees stil en begin inwendig het door jou gekozen gebedswoord te zeggen. We bevelen je "maranatha" aan. Zeg het woord als vier gelijkwaardige lettergrepen: mar-a-na-tha. Luister ernaar terwijl je het innerlijk zegt, vriendelijk maar aanhoudend. Bedenk niets of verbeeld je niets, zelfs niets in spiritueel opzicht. Wanneer de gedachten en beelden bij je opkomen, dan leiden ze je af van de meditatie. Keer daarom steeds terug naar je mantra.” ‘Maranatha’ is een oeroude christelijke gebedsformule en staat als laatste woord in de Bijbel, op het einde van het Boek van de Openbaring. Het is een Aramees (de taal van Jezus) woord en betekent: Heer (mar), kom (anatha).

Intense verbondenheid
Wil je verder wat leren en lezen: https://www.christmed.be/hoe-mediteren.html en klik op start-to-meditate. In deze coronatijd mediteren leden van het Open Contemplatief Huis en van de Gemeenschap voor Christelijke Meditatie iedere avond thuis om 20.15 uur, na het applausmoment voor de zorgverstrekkers. Het is een beleving van intense verbondenheid met elkaar, met zieken, met hun familie, met zorgverstrekkers, met God… Sluit je aan. Je kunt je aanmelden bij
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Nieuwjaarswensen 2020 pr. Dirk

Geliefde zusters en broeders,

      In de voorbije maand november mocht ik – reeds voor de vijfde keer – rondreizen in Zuid- Afrika, een land waar ik mijn hart verloren heb. Het reistraject verliep van noord naar zuid en eindigde bij het meest zuidwestelijke punt van het Afrikaanse continent: Kaap de Goede Hoop.
Hoewel het er steeds een toeristische drukte van jewelste is, is dit toch voor mij een heilige plaats. Mijn reis beleefde ik bewust als een loslaten en achterlaten, een leeg worden: een tijdelijk radicaal loslaten van alle verantwoordelijkheden en de daaraan gekoppelde e-mail-, SMS- en telefoondrukte; een leeg worden van alle ergernissen en het leren openstaan voor alles wat iedere dag aan ervaringen en indrukken aanbood. Dat was boeiend en mooi. Bij momenten confronterend.
Daardoor konden inzichten groeien. Geen plotse inspiraties of aspiraties maar inzichten die verbonden zijn met een dieper verlangen dat zich in alle nederigheid opdringt. Aan Kaap de Goede Hoop - lange tijd een beslissend keerpunt voor zeevaarders op weg naar het verre oosten -
permitteer ik me altijd een persoonlijk ‘keerpunt’-moment, een moment om de gegeven inzichten tot een duidelijk zicht op de te volgen weg te laten kristalliseren, een moment van overgave. Vele mensen plaatsen aan Kaap de Goede Hoop stenen op elkaar. Ik maakte ook zo’n klein steen’hoop’je en daarbij sprak ik biddend mijn ‘hoop’ uit voor vrede en geluk van vele mensen die ik in het hart draag. In nieuwjaarswensen drukken we ook die hoop uit, de hoop van vele mensen van goede wil, de goede hoop…

       Bij het formuleren van onze nieuwjaarswensen zijn we vaak op zoek naar die ultieme goede woorden waarmee we een verrijkende en inspirerende gedachte willen meegeven. Maar ik denk daarbij soms aan het gebedsonderricht van Jezus die ons leerde in het uitspreken van onze hoop en wensen en verlangens geen omhaal van woorden te gebruiken. In zijn lied De engel is gekomen zingt Boudewijn De Groot: “Een glimlach zal voldoende zijn. Die worden we nooit moe.” Natuurlijk kunnen we met onze per post of e-mail verstuurde wensen nooit zo’n glimlach meesturen. Die hoort echter goed thuis in de cultuur van de stilte die ons zo dierbaar is: een stil en woordloos teken, een goddelijke knipoog.
      Als een glimlach zuiver is, is die ofwel een uiting van diepe vrede ofwel een uiting van een verlangen naar die diepe vrede. En die vrede kan enkel maar het gevolg zijn van het besef opgenomen te zijn in een onvoorwaardelijke liefde, een besef dat ons heel stil maakt omdat het ons doet voorbijgaan aan vele angsten, ergernissen, frustraties en oppervlakkige verlangens. Dit gegeven wordt mijn inzien mooi uitgedrukt in die bekende psalm waarin een oervertrouwen, dat met dat besef en die innerlijke vrede onlosmakelijk verbonden is, wordt uitgedrukt:

Psalm 23 1 De Heer is mijn herder mij zal niets ontbreken.
2 Hij wijst mij te liggen
in grazige weiden,
Hij voert mij naar wateren der rust.
 3 Hij behoedt mijn ziel voor verdwalen, Hij leidt mij in sporen van waarheid getrouw aan zijn naam.
 4 Moest ik gaan door het dal van de schaduw des doods, kwaad zou ik niet vrezen.
Want naast mij gaat Gij,
uw stok en uw staf
zij doen mij getroost zijn.
5 Een tafel richt Gij mij aan
in het aangezicht van mijn belagers en zalft met olie mijn hoofd.
Mijn beker vloeit over.
 6 Zo zijn dan geluk en genade om mijn schreden al de dagen mijns levens.
Verblijven mag ik in het huis van de Heer
tot in lengte van dagen.
       Ik wens jullie allen voor al de dagen van 2020 dat vertrouwen en die vrede toe die ontspringen aan het besef van onvoorwaardelijk bemind te zijn en die leiden tot de zuivere glimlach waarmee we mensen kunnen ontmoeten.
       Die vrede is ons gegeven, is dus mee-gegeven met de liefde die ons gegeven is. Daarom is die vrede van een andere aard dan de tevredenheid die de wereld aanbiedt en die niets meer is dan bevrediging.
Johannes 14, 27 Vrede laat Ik u na; mijn vrede geef Ik u. Niet zoals de wereld die geeft, geef Ik hem u. Laat uw hart niet verontrust of kleinmoedig worden.
      We hoeven ons voor die gave van ware innerlijke vrede open te stellen, het bewustzijn van Gods liefde in ons leven laten verankeren. Dat is de essentie van het geloof en van de hoop, waarvan het anker een oeroud symbool is. Mensen een helpende hand bieden bij het zich laten verankeren in Gods liefde is het opzet van ons Open Contemplatief Huis. Het is trouwens de kernopdracht van de Kerk en van allen die er dienstbaar willen zijn in de verkondiging. Of om het met de woorden van Thomas Keating te stellen: “Een bijdrage leveren om de kennis en de ervaring van Gods liefde in
bewustzijn van de mensen te brengen.”

       Het verlangen naar innerlijke vrede – en dus eigenlijk naar het zich bemind weten – is in deze tijd immens groot geworden en voor de christelijke spiritualiteit, die als doel heeft die vrede te zoeken, te vinden en te behoeden, ligt de evidentie van haar bevrijdend werk als een rijpe oogst op de akker te wachten. Op of boven de ingangspoorten van veel abdijen van de benedictijnerfamilie is het woord ‘PAX’ te vinden als een uitgangsbord. Meer en meer mensen uiten hun behoefte aan stilte, een behoefte die niet anders is dan het verlangen naar innerlijke vrede. Ook jongeren
‘ontdekken’ opnieuw deze behoefte. Dat mochten we recentelijk in de berichtgeving horen. Wat niet zo duidelijk hoorbaar was, is het feit dat heel veel mensen die stilte en vrede opzoeken in abdijen.
Evident… Dat verlangen naar liefde, vrede en stilte vinden we eveneens in enkele psalmverzen onovertroffen uitgedrukt:
Psalm 42 2 Gelijk het hert dat reikt naar waar het water stroomt, zo in verlangen reikt mijn ziel naar U, o God.
3 Mijn ziel lijdt dorst naar God, naar God die leven is.
Wanneer mag ik opgaan, dat ik voor God verschijn?

      Er is een plaats in Zuid-Afrika waar ik bij de aanblik van een uitgedroogd stuwmeer onmiddellijk aan dit psalmvers diende te denken. Dat was het stuwmeer bij de Nqwebadam op de Sundayriver nabij Graaff-Reinet. Kurkdroog, waar normaal gemiddeld drie meter water moet te vinden zijn. Kinderen van zes jaar hebben in delen van Zuid-Afrika nog nooit regen gezien en gevoeld. Boeren moeten er hun vee slachten bij gebrek aan drinkwater. Als mensen in die streken op één iets wachten en naar één iets verlangen, dan is het: regen. Dit verlangen is een sterk beeld voor het verlangen van vele mensen naar én diepe innerlijke vrede én een vredevolle en rechtvaardige wereld.

Psalm 62 6 Bij God alleen verstilt mijn ziel, van Hem blijf ik het wachten.
7 Mijn rots, mijn heil is Hij alleen: mijn burcht - hoe zou ik wankelen?
       Al is de diepste innerlijke vrede een goddelijke gave, toch dienen wij een weg te bewandelen naar de plaats waar God ons met die gave kan kronen. Die plaats is ons hart, ons innerlijk, de binnenkamer waar alle bemiddeling en middelen wegvallen en we ‘onbemiddeld’ ontdaan en arm voor God staan met niets anders dan ons verlangen, onze hoop, onze nood aan liefde en vrede. De weg daarheen is de contemplatieve weg. Inspiratie puttend in het boekje van Franz Jalicz, De contemplatieve weg hebben we in het voorbije jaar het traject van die weg in de Stiltedagen aan Zee in het Monasterium het Zonnelied verkend. Tijdens de Stiltedagen aan Zee van 2020 gaan we de weg verder leren kennen. Onze gids daarbij zal de Engelse mystica Evelyn Underhill zijn. Net als zovele anderen benadrukt ze dat de contemplatieve weg leidt naar een houding van vertrouwende gehoorzaamheid en onvoorwaardelijke overgave aan Gods wil en de immer aanwezige bereidheid om die wil te doen:

“‘Hier ben ik! Stuur mij!’ betekent dat je gaat, hoe dan ook, waarheen dan ook, wanneer dan ook. Niet daarheen waar voor ons de vooruitzichten goed zijn, maar waar de nood hoog is. Niet om het werk te doen dat op het eerste gezicht goed bij je past, waarvan je weet dat je er erg goed in bent, maar om datgene te doen waar je tegen opziet of om de vervelende boodschap te brengen in een omgeving die jou niet welgezind is. (…)

Het is eigen aan de grote spirituele persoonlijkheid dat hij of zij telkens weer datgene doen wat anderen als onmogelijk beschouwen. Zij worden gedreven door een totale toewijding die alle persoonlijke verlegenheid overwint en die een kracht geeft die ongekend is voor wie alleen zijn eigen weg gaat of met eigen verwachtingen bezig is. Ze vormen een kerk die instrument is van God om bevrijding te brengen. Niet een religieuze club in een mooi historisch gebouw waar men zich zo prettig voelt.”

       Bij het lezen van deze woorden gaan mijn gedachten naar abt Lode Van Hecke, wiens verwelkomende glimlach we in de komende Stille Abdijdagen in Orval zullen missen. Het aanvaarden van zijn benoeming tot bisschop van Gent is een beleving van de woorden van de Engelse mystica. We wensen hem vrede en alle goeds toe en hopen dat deze benoeming ook beschouwd kan worden als een teken van een hoopgevende kentering die in de Kerk langzaam plaatsvindt.

      Ons Open Contemplatief Huis mag dus geen ‘religieuse club’ zijn waarin we ons prettig voelen. Het moet een huis zijn waarin we samen de contemplatieve weg verder verkennen en er een paar aspecten van samen beleven: de meditatie, het opzoeken van stilte, de lezing en de studie van de Schrift en het beluisteren van de wijsheid van spirituele meesters (*). Acht gevend op de woorden van één van hen (Dietrich Bonhoeffer) moeten we niet trachten ‘een succesvolle en machtige organisatie te worden’, maar een plaats waar we, solidair met een radicaal nederige God, elkaar bemoedigen om een leven te leiden waarin we ons moedig en vrij inzetten voor het ware, goede en schone en ons verzetten tegen de trivialiteit van deze samenleving. Bij deze inzet en dat verzet hoort een cultuur van stilte, een cultuur van verstillen. Onze dagelijkse meditatie is daar een belangrijk en onmisbaar element van. Maar daarnaast zijn er nog andere gegevens waarin we dit verstillen kunnen beleven en waar maken. Mag ik daarbij nogmaals wijzen op die vertrouwvolle gehoorzaamheid: zonder aarzeling doen wat gedaan moet worden. Dat betekent dat we het bezwaar makende en aarzelende ik geen kans geven om zelfs maar zijn mond te openen. Maar de grote spirituele leermeesters zijn duidelijk: denk niet te vlug dat innerlijke stemmen Gods stem zijn. Meestal is het ons ego dat spreekt. God is immers nederig en zwijgt (meestal). De stilte die het zwijgen van God is en Zijn spreken inleidt, die is in ieder geval te herontdekken. In dit herontdekken maken we het niet stil. We worden stil gemaakt. Mag ik met jullie hierbij nog een laatste keer stil worden bij een belangrijke plaats in Zuid-Afrika.

      Op 16 juni 1976 stapten zowat 20.000 scholieren op naar het stadium van Orlando West (Soweto-Johannesburg) om er te protesteren tegen het Afrikaans Medium Decreet van 1974, waardoor alle scholen voor zwarte leerlingen verplicht werden bijna alle hoofdvakken in het Afrikaans – het ‘Zuid-Afrikaanse Nederlands’ - te geven. De zowat 1500 man sterke politiemacht schoot de betoging uiteen. Volgens hun rapport werden er slechts 23 scholieren gedood. Een realistischer cijfer benaderd echter meer dan 500 en meer dan duizend gewonden. Velen hadden schotwonden in de rug. Tal van scholieren vluchtten de Regina Mundi kerk in. De politie gooide er traangas naar binnen, schoot er in de lucht maar verwondde er toch talrijke jongeren. Het meest iconische beeld van dit bloedbad is dat van Mbuyisa Makhubo die de gewonde en stervende 13- jarige Hector Pieterson wegdraagt. In 2009 had ik reeds het graf van Hector Pieterson kunnen bezoeken op het grote Avalon Cemetery van Soweto. Dit jaar bezocht ik nu ook het Hector Pieterson Memorial in Orlando-Soweto, op de plaats van het bloedbad. Voor mij één van de pakkenste ervaringen van mijn reis. Ik had er nog lange tijd willen blijven zitten, mijmerend… 16 juni is voor alle

scholieren in Zuid-Afrika een vrije dag en werd uitgeroepen tot Dag van de Jeugd. Mbuyisa werd nadien door de politie lastig gevallen. Hij dook onder. Zijn moeder ontving in 1978 een brief van hem uit Nigeria. Nadien is niets meer van hem vernomen. Tijdens een zitting van de Truth and Reconciliation Commission zei ze: “Mbuyisa is of was mijn zoon. Maar hij is geen held. In mijn cultuur is het opnemen en wegdragen van Hector geen heldendaad. Het was zijn plicht als broeder. Indien hij hem op de grond had laten liggen en iemand had gezien dat hij zomaar over hem heen stapte, dan zou hij hier nooit meer kunnen leven”. Al het goede dat wij doen: alleen maar onze plicht…


Ook namens het hele team van ons Open Contemplatief Huis: vrede en alle goeds in 2020.
Priester Dirk
terug homepage

Geloven Gaat Verder 2020

GELOVEN GAAT VERDER  2020
Tijdens de conferentiereeks Geloven gaat verder. Getuigenissen van mensen van het dekenaat  Oostende - Blankenberge, vertellen bekende christenen over hun geloof en de dagelijkse beleving ervan.  Aangemoedigd door vele positieve reacties wordt de reeks in 2020 voor de twintigste keer, na 65 voorgaande getuigenissen, opnieuw georganiseerd. De conferenties vangen telkens aan om 19.30 uur en vinden plaats in Huize Astrid in Oostende (Gentstraat 6).

GELOVEN GAAT VERDER      GETUIGENISSEN VAN MENSEN      2010
Huize Astrid,
Gentstraat 6, 8400 Oostende 
Aanvang 19.30 uur. Dank voor vrijwillige bijdrage

Barbara Mertens GGV 2020Donderdag 20 februari  2020
BARBARA MERTENS
Stafmedewerker bij TAU-Franciscaanse spiritualiteit

TOCHT DOOR DE WOESTIJN
Als ‘de Andere’ je op weg zet

Barbara Mertens (1982) studeerde in 2004 af als Licentiate Geschiedenis aan de KULeuven. Twee jaar later startte ze de opleiding ‘Intercultureel Management’ aan de hogeschool in Mechelen die uitmondde in een stage rond interreligieuze dialoog in het woestijnklooster Deir Mar Moussa in Syrië. De ontmoeting met moslims en het verblijf in de Syrische woestijn, betekenden het begin van een intense spirituele zoektocht. Barbara was lange tijd actief in het vluchtelingenwerk tot ze in december 2017 bij ‘TAU -Franciscaanse spiritualiteit vandaag’ aan de slag kon als stafmedewerker.

Uitspraak van Barbara
“Als jonge twintiger was mijn leven goed gevuld, maar binnenin voelde ik geen vervulling. Het ontbrak me aan een manier van betekenis geven, aan het leven én aan de dood. Doorheen mijn ontmoeting met moslims ben ik gaan beseffen hoe arm ik geestelijk was. Dat aanvoelen was het begin van een intense zoektocht naar mijn eigen christelijke wortels. Die begon in de Syrische woestijn en zette me in eigen land op een heel nieuwe, soms moeilijke maar vooral rijke pelgrimstocht.”

Luc Van Gorp GGV 2020Donderdag 19 maart 2020
LUC VAN GORP
Voorzitter Christelijke Mutualiteit

ZINGEVING EN GELUK
De radicaliteit van het evangelie ter inspiratie

Luc Van Gorp (1966) is gehuwd, woont in Houthalen samen met vijf opgroeiende kinderen. Hij studeerde verpleegkunde, filosofie, theologie en management (KU Leuven, Oxford University en Vlerick Management School). Hij werkte tussen 1996 en 2015 achtereenvolgens in opleidingen verpleegkunde en vroedkunde als stagebegeleider, bibliothecaris, docent en departementshoofd. Van 2010-2011 leidde hij een onderzoek naar Ethisch Leiderschap. (KU Leuven UCLL)
Hij is altijd werkzaam geweest op het kruispunt van onderwijs en werkveld. Hij combineerde een loopbaan in het hoger onderwijs met het voorzitterschap van het Wit-Gele Kruis van Vlaanderen (2008-2015) en bestuursmandaten in organisaties rond onderwijs, zorg en welzijn. In 2015 werd hij aangesteld tot voorzitter van de Christelijke Mutualiteit.

Uitspraken van Luc
Hij getuigt vanuit de radicaliteit van de evangelische boodschap, waarbij wij ook vandaag samen op zoek gaan naar het honderdste schaap dat aan zijn lot wordt overgelaten.
‘Wat er ook gebeurt in het leven van mensen, welke fouten iemand ook maakt, dan nog scheppen we kansen voor mensen om er vol bij te horen.’  ‘Als sociale verzekeraar, sociale beweging en sociale onderneming wil CM-GEZONDHEIDSFONDS een keurmerk zijn voor alle mensen zonder onderscheid.’


Zr. Mieke Kerckhof GGV 2020Donderdag 23 april  2020
MIEKE KERCKHOF
Bisschoppelijk gedelegeerde voor het Godgewijde leven

‘MENS, WAAR BEN JE?’
OVER ZOEKEN EN GEVONDEN WORDEN

Mieke Kerckhof (1962) is algemeen overste van de congregatie van de zusters van de Bermhertigheid Jesu. Licentiate in de godsdienstwetenschappen, licentiate in de Medische wetenschappen en het Ziekenhuisbeleid, European Master in Bio-ethics.
Zij startte als leerkracht godsdienstleer in het Technisch Instituut Immaculata in Ieper. Was pastor in het P.Z. H. Hart in Ieper en in het Jan Yperman Ziekenhuis in Ieper, ethicus in de vzw Gezondheidszorg ‘Bermhertigheid Jesu’, visitator van de diocesane congregaties van vrouwelijke religieuzen in het bisdom Brugge en nu bisschoppelijk gedelegeerde voor het Godgewijde leven.

Uitspraken van zr. Mieke
‘Zusters zijn doodgewone vrouwen met een ongewone levenskeuze’.
‘Barmhartig zijn is niet betuttelen maar de ander in zijn kracht zetten.’
‘Ondanks alles blijft God in ons geloven en van ons houden. Onvoorwaardelijk.’
‘De natuur is de laatste jaren voor mij steeds meer een manier geworden om mijn Godsverbondenheid te beleven.’
‘Kunst boeit me, trekt me weg uit mezelf en leert me anders kijken.’
‘De pijn om het gemis van iemand mag blijven duren. Ook na jaren.’


Meer info: inrichtend team Geloven gaat verder (Dekenijstraat 10, Oostende), 
059 70 17 19, 059 70 37 97, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of kijk op www.gelovengaatverder.be.

Nieuwjaarswens pr. Dirk

Kan je het onderstaande niet vergroten of is de tekst onvoldoende leersbaar: klik hier voor leesbare tekst00010002000300040005

Stilte Dag Roeselare

roeselare

 

Terug HOMEPAGE