Homilie Doop van de Heer 2026
Doop van de Heer A Jes 42,1-4.6-7 Hand 10,34-38 Mt 3,13-17
In de jaren na WO II werden ergens aan de Westelijke Jordaanoever belangrijkste archeologische vondsten gedaan. In grotten bij de Jordaan werden oude perkamenten en rollen papyrus gevonden, de zogenaamde Dode Zee-rollen, die meer dan 900 handschriften met bijbelteksten bevatten. Ze werden gedateerd twee eeuwen vóór tot 50 jaar na het begin van onze tijdrekening. Deze manuscripten bleken bovendien afkomstig van een soort monastieke gemeenschap die tot de beweging van de Essenen behoorde. Deze mensen hadden zich afgekeerd van de tempelcultus en leefden aan de Jordaan met een sterke nadruk op reiniging. Het is niet vergezocht om Johannes de Doper, en zelfs Jezus, in verband te brengen met deze Essenen, waarover het Evangelie verder zwijgt. Zowel het ritueel van de doop om van zonden gereinigd te worden, als de locatie van de Jordaan, wijzen in die richting. Evenals de Essenen leefden zowel Jezus als Johannes de Doper celibatair en geen van beiden had veel op met de tempelcultus te Jeruzalem.
Dopen was in die tijd geen gebruikelijk Joods ritueel voor reiniging. Wat Johannes daar aan de Jordaan deed was volstrekt origineel: een eenmalige onderdompeling in de Jordaan, om tot een ander leven herboren te worden. Door Johannes gedoopt worden hield een nieuwe wijze van denken en handelen in,
gericht op het Koninkrijk en op het naderend oordeel. “Na mij komt Iemand die groter is dan ik, zei Johannes, en ik ben gekomen om voor Hem de weg te bereiden”. Dat heel Judea en alle inwoners van Jeruzalem zich door Johannes lieten dopen terwijl ze hun zonden beleden, zoals Marcus vertelt (1,5), zegt wel iets over de indruk die de Doper maakte. Maar dat Jezus zich tussen hen bevindt en zich eveneens voor de doop aanbiedt, is wel vreemd. Hij heeft toch geen zonden gedaan, Hij is toch het schuldeloze lam? Iets van die verwondering, horen we in de reactie van de Doper: “Ik zou door u gedoopt moeten worden, en gij komt tot mij?” (Mt 3,13). Hierop geeft Jezus het raadselachtige antwoord: “Laat nu maar gebeuren, want zo behoren we alle gerechtigheid te vervullen”. Wat bedoelt Hij daarmee?
Het woordje “nu” is belangrijk. In deze situatie is dit de beste handelwijze. Om wat te doen? “Om alle gerechtigheid te vervullen”. Gerechtigheid betekende in de tijd van Jezus het
menselijk antwoord op de Thora, het volledig laten geschieden van Gods wil. Het is goed, zegt Jezus met andere woorden, dat Ik Mij nu laat dopen zoals al die mensen hier, om onvoorwaardelijk “ja” te zeggen tegen de wil van God. Hoewel zondeloos is Jezus radicaal solidair met de zondaars. Hij identificeert zich met een door zonde getekende wereld en dompelt zich onder in de Jordaan. Zo begint Hij zijn openbaar optreden, door zich onder de zondaars te rekenen. In zijn doop loopt Hij vooruit op het Kruis.
Zijn doop is een dood. Hij wordt de nieuwe Jona die vraagt dat men hem in zee werpt om op die manier de bemanning van het schip te redden. De volle gerechtigheid, het “ja” tegen de Vader, zal Hij openbaren op de Kruis. De woorden van de Vader: “Dit is mijn veelgeliefde Zoon in wie Ik behagen heb” lopen voor op de verrijzenis. Jezus noemt zijn dood op het Kruis zelf een doop: “Ik moet een doopsel ondergaan, en hoe beklemd voel Ik mij totdat het is volbracht” (Lc 12,50).
De doop van Jezus in de Jordaan is een Epifanie: Hij wordt door de Vader geopenbaard als zijn geliefde Zoon, terwijl de Heilige Geest als een duif op Hem neerdaalt. Op de oosterse iconen van de Doop van Christus wordt de Jordaan als een graf afgebeeld, een donkere spelonk waar zich de duivel bevindt. De doop is de neerdaling ter helle. Maar daarboven openen de hemelen zich reeds. De heilig Johannes Chrysostomus schrijft:
“Onderdompeling en uit het water komen verbeelden de afdaling in de hel en de Opstanding”. De doop van Jezus is de samenvatting van heel de geschiedenis: Jezus verbindt zich met de zonden uit het verleden. Heden daalt Hij af en levert strijd met de Sterke. Maar de toekomst heeft Hij al gerealiseerd: de overwinning in de verrijzenis. Want Hij is de Sterkere, de gelijke van God, die alle schulden van de wereld op zich neemt en naar verlossing voert.
Laten we bij dit feest onze eigen doop herdenken, broeders en zusters, toen we in Christus’ dood zijn afgedaald, om met Hem op te staan tot nieuw leven, met Hem bekleed als een nieuwe schepping.
Broeder Guerric ocso