Homilie Vijfde zondag Vasten A 2026

Vijfde zondag Vasten A Ez. 37,12-14 Rom. 8,8-11Joh 11,1-45
“Lazarus, hierheen, naar buiten, naar het Licht, kom naar Mij toe!” Deze woorden, broeders en zusters, die Jezus bij het graf van zijn overleden vriend uitspreekt – letterlijk staat er dat Hij ze uitschreeuwt met grote stem – spreekt Jezus ook tot ons. “Jij die nog dwaalt in het duister van twijfel en ongeloof, jij die je nog ophoudt in het domein van de dood waar alleen getreurd en getroost wordt, kom naar buiten, kom naar het licht, komt tot leven!”
De opwekking van Lazarus is opnieuw een openbaringsverhaal. Zoals Jezus zich beide vorige zondagen openbaarde, eerst aan de Samaritaanse als de bron die haar diepste dorst kon stillen, en daarna aan de Blindgeborene als het licht van de wereld, zo openbaart Hij zich nu als het leven van de mensen. Het ware leven wel te verstaan, dat van de Geest. Want door de zonde blijft uw lichaam weliswaar door de dood getekend, schrijft Paulus aan de Romeinen, maar uw geest leeft door de gerechtigheid. En als de Geest van Christus in u woont, zal Hij die Christus uit de dood deed opstaan, ook uw sterfelijk lichaam eens doen verrijzen door de kracht van zijn Geest (Rom 8,10-11). Lazarus wordt vandaag door Jezus ten leven gewekt, maar nog niet om eeuwig te leven.
Hij wordt opgewekt om te leven in de Geest in dit sterfelijk bestaan. Lazarus is de mens die een tweede maal zal sterven om daarna definitief te verrijzen. Maar zijn dood en eerste
‘opwekking’ is bedoeld om Jezus als Zoon van God te verheerlijken (Joh 11,4). En deze verrijzenis is zowat de generale repetitie van Jezus’ eigen verrijzenis.
Bij de evangelist Johannes ziet men een duidelijk crescendo van de tekenen: van een bron van levend water, naar een blindgeborene nieuwe ogen geven en nu een dode opwekken. En deze opbouw gaat gepaard met een steeds verdere openbaring van wie Jezus eigenlijk is: bron, licht en leven. En parallel daarmee verbreedt zich de afstand tussen wie geloven en wie niet geloven. En in die laatste groep ontwikkelt zich de oppositie tegen Jezus en neemt het plan om Hem te doden concrete vormen aan.
Wat bijzonder treft in het verhaal van de opwekking van Lazarus zijn de menselijke relaties en gevoelens. Het gaat om een vriend die ziek is en overlijdt. Ook de beide zussen van de overledene,
Marta en Maria, behoren tot de intieme vriendenkring rond Jezus. Jezus hield veel van Marta, haar zuster en Lazarus, zegt de schrijver (11,5). Maria zal Jezus’ voeten met nardus zalven en met haar haren afdrogen (12,3). Als Jezus Maria en haar entourage ziet wenen wordt Hij door emotie gegrepen en huivert (11,33). Hij begint ook zelf te wenen (11,35), iets wat in de evangeliën maar heel zelden van Jezus wordt gezegd. Al die menselijke gevoelens zijn natuurlijk helemaal op hun plaats bij de dood van een vriend. Maar wat Jezus ten diepste raakt is het doodslot van zijn schepsel, de mens. De tranen van Jezus zijn de tranen van Gods liefde over het drama van de mens. De huivering die Jezus overvalt is de woede die Hem aangrijpt om de gebrokenheid van het menselijk bestaan, om alle ziekte, verderf en dood in deze wereld. Hij is woedend op de macht van de dood waarmee hij binnenkort de strijd zal aanbinden.
Het is duidelijk dat we achter de dood van Lazarus de dood moeten zien van ieder mens, of hij nu een geliefd iemand is of een onbekende; achter de woorden van Martha en Maria: “Heer, als U hier was geweest, zou onze broer niet gestorven zijn”, schuilt de vraag die ieder mens aan God stelt wanneer hij met de dood wordt geconfronteerd: “Heer, als U de God van het leven bent, waarom dan dit, waarom deze oorlogen, waarom deze doden?” Deze vragen worden in onze tijd luider gesteld dan ooit tevoren.
Laten we deze kreten, die uit het diepst van de mens en uit het diepst van de tijd komen, niet minachten, maar laten we liever kijken hoe Jezus erop reageert. “Uw broer zal verrijzen - anistanai” (11,23), zegt Jezus tegen Marta. De liefde van God laat zich door de dood niet tegenhouden. Eén zal de strijd met de dood aangaan, vandaag in Betanië, morgen op Golgotha. Met Jezus is het leven verschenen (Joh 1,4). Met Hem en in Hem is er Opstanding!
Br. Guerric ocso Abdij van Prébenoît