Homilie Heilige Drievuldigheid 2026
Heilige Drievuldigheid 2026 Ex 34,4…9 2Kor 13,11-13 Joh 3,16-18
Het feest van de Drie-eenheid vieren is een belijdenis van ons geloof. Elk kruisteken, ieder christelijk gebed, dompelt ons onder in het mysterie van de Drie-eenheid. De Drievuldigheid is zowel een realiteit als een mysterie: ze omhult ons en doet ons leven. We kunnen ons alleen maar in gebed, smeekbede, stilte, aanbidding en dankzegging overgeven aan dit mysterie.
Als we het over de Drie-eenheid hebben, worden we
geconfronteerd met de radicale beperktheid van onze ervaring, met de grenzen van taal en begrippen, want God is het transcendente Wezen, de volstrekt Andere, de Heilige bij uitstek, degene die ons spreken
altijd overstijgt, een onpeilbare afgrond van leven en liefde. Toch wilde God niet ontoegankelijk en onkenbaar blijven. Hij heeft zich geopenbaard, dat wil zeggen dat Hij in ons een goddelijke ruimte
opent, zijn Koninkrijk. Dat is wat de Schrift ons leert en wat de theologie probeert uit te drukken. De onderlinge gemeenschap van de drie goddelijke Personen, Vader, Zoon en Heilige Geest, is geen gesloten geheim, zoals het beeld van de cirkel zou kunnen doen
vermoeden, maar een open mysterie, een gemeenschap die zich voor ons opent. Dit open karakter is van groot belang voor ons, want het vormt de basis voor de roeping en de zending van de Kerk en van ieder van ons. Zijn wij een cirkel of maken wij ruimte voor de ander?
God is betrokken bij onze geschiedenis en ons leven, sterker nog, Hij is er de bron en het doel van. Niemand heeft ooit God gezien, zegt
Sint-Jan, maar de enige Zoon, die in de schoot van de Vader is, heeft Hem aan ons bekendgemaakt (Joh 1,18). Hij heeft God aan ons doen kennen door woorden en daden, tot aan de volledige gave van Zichzelf toe. God had de wereld zo lief dat Hij Zijn Zoon, Zijn Enige, heeft gegeven (Joh 3,16). Door ons Zijn Enige te schenken, roept God ons tot Zich.
Doorheen de heilsgeschiedenis heeft God Zich geopenbaard als Schepper en Vader. Het is door zijn Zoon, het Woord des Levens, en door de adem van Zijn Geest dat de Vader alles heeft geschapen. Alles komt uit God, is van Hem afhankelijk en voert naar God. En naar het beeld van wat Hij in Zichzelf is – relatie, gave en gemeenschap – heeft Hij de mens geschapen om hem te maken tot een wezen dat geroepen is te participeren aan Zijn leven.
In de theologie zegt men dat God in zijn volmaaktheid en gelukzaligheid aan Zichzelf genoeg heeft. Hij schept ons niet uit noodzaak. Maar daarin schuilt precies het mysterie van zijn liefde die Jezus Christus ons openbaart. Volkomen onbaatzuchtig en in gratuite liefde schept de Drie-ene God de vrije wezens die wij zijn. Niet Hij heeft ons nodig maar wij Hem. We bestaan bijgevolg alleen in de mate waarin we bemind worden en beminnen. De mens denkt te vaak over
het leven in termen van verdienste, recht of willekeur, maar de Drie-eenheid toont ons het leven als een volkomen gratuit en liefdevol geschenk.
Als de Heer zijn naam aan Mozes bekendmaakt, noemt Hij Zichzelf “een barmhartige en medelijdende God, lankmoedig, groot in liefde en trouw” (Ex 34,6). Dit brengt Mozes tot de woorden: “Ja, wij zijn een halsstarrig volk, maar vergeef toch onze fouten en zonden, en beschouw ons als uw eigen erfdeel” (Ex 34,9). Het is inderdaad de erkenning van deze liefde en trouw, die de beproeving van het Kruis heeft doorstaan, die ons tot God herboren doet worden. Ons
vertrouwen in deze liefde doorbreekt onze verblinding en ons verzet, ze geneest de gebreken en wonden van onze ziel, ze herstelt de vrede in ons hart, in de relatie en gemeenschap met de Die-ene God. “Dat zij
allen één mogen zijn, zoals wij één zijn” (Joh 17,11), zegt Christus in zijn gebed, en de heilige Paulus trekt daar in zijn brief direct de consequentie uit: “Weest eensgezind, leeft in vrede, en de God van
liefde en vrede zal met u zijn” (2 Kor 13,11).
Ons christelijk leven speelt zich voortdurend af in het hart van het mysterie van de Drie-eenheid, in het hart van deze weg van communio. Elke daad van geloof plaatst ons terug in de gave van de Zoon aan de Vader; en de Heilige Geest inspireert met zijn onuitsprekelijk zuchten ons verlangen en ons bidden. Want de
beleving van dit trinitaire leven voert ons mee in een spirituele strijd tussen de nieuwe mens, herboren uit de Geest, en de oude mens die gehoorzaamt aan zijn egoïstische neigingen, naar het beeld van Sint-Paulus. Juist in het hart van deze geestelijke strijd is de almacht van God een levenskracht die zich ten dienste stelt van de mens, zodat we niet alleen tot bestaan komen, maar ook tot de voltooiing van onze menselijke groei in vrijheid, om zo tot onze volle wasdom in Christus te komen.
Voor ons betekent deze geestelijke strijd dat de liefde ons pijn doet en ons laat zien dat we niet zo vrij en trouw zijn als we zouden willen. Maar deze blessure is juist de opening waardoor de Drie-eenheid in haar mysterie een plaats vindt in ons en daar zijn intrek
neemt. Het is via deze kwetsuur van liefde dat de ware Liefde ons kan genezen en veranderen.
Ja, dankzij Christus hebben wij allen toegang tot de Vader in de Heilige Geest, zodat wij geen vreemdelingen of ballingen meer zijn. Wij zijn medeburgers van de heiligen, wij behoren tot de familie van God. Het vieren van het mysterie van de Drie-eenheid nodigt ons dus uit onze blik te verruimen, om de inhoud en de kwaliteit van onze relaties met alles om ons heen opnieuw te overwegen, om de inhoud en de
kwaliteit van onze relaties met onze naasten, met God en met onszelf in een nieuw daglicht te zetten.
Broeder Guerric Abdij van Prébenoît