Homilie voor de 4de paaszondag A 26 april 2026
Homilie voor de 4de paaszondag A 26 april 2026
De gelijkenis die we horen in de evangelielezing van deze zondag is gericht tot de farizeeën en bevat Jezus’ overtuiging
dat deze religieuze leiders van het volk niet (meer) te vertrouwen zijn. Geloven is vertrouwen in een verkondigde waarheid,
een waarheid over God en over de weg die leidt
naar een vredevol en vreugdevol leven en samenleven.
Maar die waarheid hebben de farizeeën en wetgeleerden in Jezus’ ogen ingepakt in tradities en regels, die de profeet Jesaja reeds afwees als ‘mensenwet’
en Jezus aanduidde als ‘ondraaglijke lasten’:
Gij legt de mensen haast ondraaglijke lasten op
en raakt zelf die lasten niet met één van uw vingers aan. (Lc 11, 46)
Wellicht is Christus in de verkondiging en de opgelegde vroomheid van de Kerk in de loop van de eeuwen ook nogal ingepakt geraakt.
En er is uiteraard – zoals we allen weten - meer waardoor binnen de Kerk
het vertrouwen in het ‘instituut’ en daarom ook in de verkondiging teloor is gegaan.
Maar de teloorgang van het vertrouwen in het instituut en verkondiging is eveneens het gevolg van het groeiend individualisme
en de afkeer die de moderne en postmoderne mens heeft
voor alles wat opgelegd en verkondigd is, wat niet van zichzelf komt, voor alles wat hijzelf niet kan nagaan en controleren.
En de evolutie van het gebruik van AI is voor dat wantrouwen zeer bevestigend.
Wie kunnen en mogen we nog geloven? Wie kunnen en mogen we nog vertrouwen? Niet alleen de Kerk deelt in dat wantrouwen.
Ook vele overheidsinstanties, de politiek, justitie,
het onderwijs, zelfs de wetenschap en het ouderschap…
Toch is en blijft geloven vertrouwen schenken in een waarheid, een niet zelf bedachte, uitgedachte of gebricoleerde waarheid, maar een verkondigde waarheid die zin geeft aan het leven.
Het gaat niet over een wetenschappelijke en te controleren waarheid. Het gaat over een waarheid die te beleven valt.
Voor ons christenen, is het een waarheid die Jezus heeft verkondigd.
Het is een waarheid over een liefhebbende God
die als een echte vader – moeder – te vertrouwen is en het is een waarheid over een weg ten leven,
een leven in eenheid met God, een vredevol en vreugdevol leven en een rechtvaardig en vreedzaam samenleven.
Het is de waarheid over verrijzenis, het opstaan en deelnemen aan een leven in eenheid met God, een leven waarin men is wie men is: Christus,
d.i. een openbaring van wie God is: levenwekkende liefde.
De weg daarheen is liefde, liefde die dienende zelfgave inhoudt, een sterven van de kleine angstige en ik-gerichte mens.
De waarheid waaraan we geloof en vertrouwen schenken luidt dan ook kernachtig: ‘Sterf en wordt!’
Dit is een waarheid waaraan niet veel geloof kan gehecht worden in een wereld, die meer dan ooit gericht is op zelfbehoud en zelfrealisatie.
Jezus heeft die weg niet alleen verkondigd, maar ook voorgeleefd.
Hij kan terecht zeggen: ‘Luister naar mijn woorden en zie naar mijn daden.’ Daarom kan Hij zeggen dat Hij de weg ten leven is geworden,
de deur waardoor men stapt in een nieuw leven.
Door die deur stappen betekent Hem navolgen
op een weg van dienstbare liefde, van nederige goedheid. Hij is te vertrouwen.
Diegene die zichzelf geeft, zeker zijn leven geeft, die is te vertrouwen. Diegene die er is voor jou met de gerichtheid op jouw geluk.
Dat is wat anders dan reclameslogans van bedrijven die stellen: ‘We zijn er voor jou. Zeven op zeven.’
Ja, om te verkopen.
Jezus verkocht niets. Hij werd verkocht. Misschien nog.