Homilie voor de zesde paaszondag A 10 mei 2026
Homilie voor de zesde paaszondag A 10 mei 2026
Moederdag lijkt me een goede gelegenheid om God als een moederfiguur voor te stellen.
In het Oude Testament verschijnt barmhartigheid
als de belangrijkste eigenschap van God: God is barmhartigheid.
Het Hebreeuwse woord daarvoor is rechamim, het meervoud van rechem
dat ‘baarmoeder’ betekent.
Ons Nederlandse woord barmhartigheid past daar wonderwel bij, want barm is een afkorting van ‘baarmoeder’
en barmhartigheid is dus het gevoel van het moederhart boven de baarmoeder. Een moeder laat zich associëren met zorgende aanwezigheid,
met intense verbondenheid, met voortdurende waakzaamheid en betrokkenheid.
Toch moet een kind leren leven met afwezigheid van de moederfiguur
wil het het levensnoodzakelijke basisvertrouwen en zelfvertrouwen opbouwen.
Een moeder dient – zoals Jezus zegt – heen te gaan zonder haar geliefden verweest achter te laten.
Daardoor kan de aanwezigheid van de moeder verinnerlijkt worden. Dat is ook waar de Geest voor zorgt.
De Geest is de innerlijke aanwezigheid van Christus in ieder van ons. Wat de aardse lichamelijke Jezus was voor de leerlingen,
dat is de Geest voor ons, de Geest door wie Jezus ons nabij blijft
en waardoor wij kunnen deelnemen aan het leven van de Verrezene.
Want de Geest doet ons niet alleen
de nabijheid en aanwezigheid van de verrezen Heer ervaren,
Hij vervult ons ook met de gezindheid van Jezus waardoor wij in staat zijn zoals Jezus te leven, waardoor we in staat zijn lief te hebben.
Christen zijn is een liefdevolle persoonlijke relatie met Christus hebben en beleven. Daardoor wordt geloven meer dan het aanhangen van opvattingen en waarden.
Geloven is vooreerst Christus liefhebben en dat is zijn geboden onderhouden, geboden die zijn gezindheid vertalen,
geboden die ons dus brengen tot een nieuwe levenswijze. In die levenswijze wordt ons egocentrisme ontmanteld,
ons streven naar zelfrealisatie en naar zelfbehoud.
We worden liefdevolle mensen en innerlijk bekleed met vrede en vreugde.
In de mystiek wordt de relatie met Christus soms het ‘mystiek huwelijk’ genoemd. Bernardus van Clairvaux noemt dit een huwelijk van de wil.
Men voelt zich geroepen en geneigd om met Jezus’ gezindheid te leven, te willen wat Hij wil en niet te willen wat Hij niet wil.
In alle aspecten en domeinen van het leven
spreken en handelen we overeenkomstig zijn wil.
Liefde is dan niet zozeer een kwestie van gevoel, maar van wil.
Uit liefde en barmhartigheid volgt een ethisch gedrag
waarin men alleen gericht is op het leven, het geluk en het welzijn van de geliefde, waarin men dat leven, geluk en welzijn hartstochtelijk wil
en daarom ook onvoorwaardelijke zorg en verantwoordelijkheid opneemt.
Van dat ethisch gedrag lijken me moeders
de meest eminente dragers en pleitbezorgers te zijn. Ze leveren een sterk bewijs dat Christus ons nabij is, dat de Geest mensen beweegt en bezielt.
Ze zijn - zoals Maria – tempel van Gods Geest.