Homilie voor Pasen

 

Sion denkt: ‘De Heer heeft mij verlaten, mijn God heeft mij vergeten.’
Kan een vrouw haar zuigeling vergeten?
Heeft een moeder niet meer te doen met het kind van haar schoot?
En al zou een moeder haar kind vergeten, neen, Ik vergeet u nooit!
 (Jes 49,14-15)

Broeders en zusters,
      
Woorden van de profeet Jesaja, die we hoorden tijdens de veertigdagentijd – en nu klinken ze op deze Paasmorgen. Ze kwamen terug in mij op toen ik aan het lezen was in een boek van Lytta Basset over het verlies van haar zoon. Een boek met als titel: Ce lien qui ne meurt jamais. Deze band die nooit sterft. En wordt dit niet bewaarheid op Pasen: ce lien qui ne meurt jamais.

Pasen: het slotakkoord van het verhaal van een vader en zijn zoon, van de Vader en zijn Zoon. Een verhaal dat leek uit te lopen op de dood, meer zelfs op het splijten van de band tussen Vader en Zoon: Eloï, Eloï, lama sabaktani. Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? Maar deze nacht antwoordde zijn God op die roep. De Vader heeft zijn Zoon doen opstaan. Waarom zoekt ge de levende onder de doden? Hij is niet hier, Hij is verrezen. Ce lien qui ne meurt jamais.

Zusters en broeders, verrijzenis, opstanding – de band met de Vader breekt nooit af. In hoeveel omstandigheden zegt de mens niet zoals Sion: De Heer heeft mij verlaten, mijn God heeft mij vergeten. Denken we maar aan de gebeurtenissen in Brussel van afgelopen dinsdag. Maar God is een moederlijke Vader, een barmhartige Vader: Hij vergeet nooit. Integendeel, God gedenkt en kan niet anders dan gedenken.

Dit jaar – het jaar waarin we het Lucasevangelie als leidraad krijgen – werd ik getroffen door hoe Lucas het lijden van de Heer verhaalt. Lucas, die ons ook het zo wondere verhaal van de vader met zijn twee zoons vertelt: een verhaal dat ons ook aanzegt – ce lien qui ne meurt jamais. Hoever de jongste zoon ook uit de band met zijn vader geraakt, toch is van de vader uit de band nooit gebroken. Hij staat al buiten op wacht en ziet hem al van verre komen. En hoever is de oudste zoon door zijn deugdzaamheid van zijn vader verwijderd, van de onvoorwaardelijke liefde van zijn vader. Maar ook de oudste hoort: Jongen, jij bent altijd bij mij. De Vader is ‘band’, is verbondenheid. En Jezus – de Zoon van de Vader uitgegaan – gezonden – heeft ons mens-zijn op zich genomen. Hij is onze zonden komen dragen. Onze last maakt Hij tot de zijne: de schuldige last van de jongste zonen en de deugdzame last van de oudste zonen. Hij heeft die last gedragen ten einde toe, tot in de dood. Ook de last van hen die hem de dood injoegen: Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen. Ook de zondenlast van de goede moordenaar: Vandaag nog zult gij met Mij zijn in het paradijs. Zo is Jezus naar de Vader teruggekeerd. En op het kruis bidt Hij: Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest. Zijn trouw werd de onze.

De Vader blijft uitstaan naar de Zoon en de Zoon blijft tot in het bittere einde uitstaan naar de Vader. De Zoon is nu aangekomen bij de Vader en de Vader zegt ‘ja’ zoals de Zoon altijd ‘ja’ heeft gezegd. In Hem was enkel ja. En de Vader beaamt. De Zoon heeft zijn leven gegeven en de Vader geeft het nieuw terug. Zo wordt de Zoon de Levende – de dood heeft geen macht meer over Hem. En daardoor ook niet meer over ons. Hij heeft de dood gedood. Broeders en zusters, ook nu nog, of beter meer dan ooit – bij zovele bange mensen, bij zovelen op de dool – blijft Jezus betrokken op de mens. Een mens voor anderen. Onze last maakte Hij tot de zijne. Zijn trouw werd de onze. Het staat er zo sterk in de brief van de christenen van Efeze: God, die rijk is aan erbarming, heeft wegens de grote liefde waarmee Hij ons heeft liefgehad, ons met Christus ten leven gewekt, hoewel wij dood waren door onze zonden; aan die genade dankt gij uw redding.

De Heer is opgestaan als eerste! En wij mogen volgen. Ook wij mogen terugkeren naar de Vader. Ons leven ís terugkeer naar de Vader. En dit niet alleen uiteindelijk. Maar elke dag, elk uur. Want de Vader is onze Vader en in de verrezen Heer zijn wij kinderen. Ce lien qui ne meurt jamais. Elke terugkeer is leven, is nieuw leven, is opstanding. Dit nieuw leven zijn wij aan het leven met de Levende aan onze zijde. Leven is leven met Christus en in Hem met de Vader, de Al-barmhartige.
Zalig Paasfeest!