Homilie voor de 27' zondag jaar C


Heer, geef ons meer geloof!

Broeders en zusters,

Met dit indringend verzoek van de leerlingen begint het evangelie van deze zondag. Een verzoek – denk  ik – dat ook in ons leven heel reëel aanwezig kan zijn. Het is echter niet zomaar een vraag naar Jezus toe. Ze komt vanuit de omstandigheden die het leven tekenen. Ook hier in dit evangelie, maar – jammer – de liturgiesamenstellers hebben ‘de omstandigheid’ weggeknipt. Ik lees even de voorafgaande verzen: Al misdoet uw broeder zevenmaal per dag tegen u, maar zevenmaal ook wendt hij zich tot u met de woorden: ‘Het spijt me’, dan moet ge hem vergeven. De apostelen zeiden nu tot de Heer: ‘Geef ons meer geloof.’
We hebben in dit jaar van de Barmhartigheid al heel wat stilgestaan bij wegen van vergeving en verzoening. En ik denk dat de apostelen hier in die context die zeer terechte vraag stellen: Geef ons meer geloof. Het is vaak allen binnen de gegevenheid van het geloof dat er wegen tot vergeving en verzoening geopend worden en dat we geconfronteerd worden met onze grenzen, onze onmacht, ons niet kunnen. Louter menselijk gezien botsen we op een muur, zitten we vast, kunnen we niet verder. Maar als Jezus er is, als Hij mag meedoen, als we met de ogen van ons geloof naar omstandigheden en medemensen kunnen kijken, dan kan er iets op gang komen.


Daarom die bede: Heer, geef ons meer geloof. En Jezus geeft een wat eigenaardig wederwoord op dit verzoek: Als ge een geloof had als een mosterdzaadje, zoudt ge tot die moerbeiboom zeggen: Maak uw wortels los uit de grond en plant u in de zee, en hij zou u gehoorzamen. Jezus gebruikt vaak, heel vaak het beeld van het zaad om over geloof, geloven te spreken. Zaad, het mag heel klein zijn – zo klein als een mosterdzaadje – het allerkleinste zaadje op aarde – maar het dient gezaaid te worden, de grond  in, vermengd met de aarde, opgenomen door de aarde, en dan schiet het op, wordt een gewas en draagt vrucht in overvloed.
Broeders en zusters, hier wordt iets heel belangrijks gezegd over geloof: klein geloof, groot geloof – dat is niet eersterangs – maar wel dat het gezaaid wordt, dat de mens vanuit zijn geloof – hoe armzalig ook – leeft – dat dit geloof de krachtbron wordt van zijn leven. Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen. Maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht voort. Geloof wordt pas geloof, als mens leeft vanuit zijn geloof, als men gelovig middenin het heel concrete leven staat. Geloof doet ons niet ontsnappen aan het leven, maar leert ons anders in het leven te staan. Dan kijkt men anders naar de wereld – ze is schepping Gods; kijkt men anders naar de geschiedenis – ze wordt heilsgeschiedenis; kijkt men anders naar de medemens – hij/zij wordt broer,  zus, kind van eenzelfde Vader. Zaad in de aarde – zaad in de donkere aarde. Licht wordt uitgezaaid, staat in Ps 97.
Jezus zegt nu verder in onze evangelietekst en Hij maakt daarbij een verrassende sprong: Wie van u zal de knecht die hij in dienst heeft als ploeger of veehouder, bij diens thuiskomst van het land zeggen: Kom meteen aan tafel en tast toe… Het beeld verspringt: van het zaad naar de knecht, de dienaar. En ik vermoed dat dit een diepe zin heeft. Geloven als zaad in de aarde – geloven wordt gegeven leven – geloven wordt zichzelf geven – geloven wordt dienst. Eigenaardig, maar in het Johannesevangelie volgt op de zin ‘als de graankorrel niet in de aarde valt’ ‘Wil iemand Mij dienen, dan moet hij Mij volgen: waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn’. Geloven is geroepen worden tot dienstbaarheid of zoals het staat in het openingsgebed van morgen: Heer, leer ons dat dienende liefde de weg baant naar U. Geloven is zich geven aan de ander. En Jezus geeft daarbij een weerbarstig voorbeeld: thuiskomen na een dag ploegen of vee hoeden en in plaats van de voeten onder de tafel te steken – nee – eerst nog de heer bedienen. Gelovig in het leven staan brengt geen privileges. Integendeel – zegt Paulus ook niet aan zijn leerling Timoteüs: Draag uw deel in het lijden voor het evangelie. Schaam u niet van onze Heer te getuigen.
Geloven is zaad worden in de aarde zoals Jezus dat zelf is geweest. Geloven is de weg gaan die Jezus zelf is gegaan. Zo is het ook met u; wanneer ge alles hebt gedaan wat u opgedragen werd, zegt dan: ‘Wij zijn gewone, onnutte knechten; wij hebben alleen maar onze plicht gedaan. Hans Urs von Balthazar geeft daarbij een commentaar dat me diep aangrijpt: Wanneer Jezus in de parabel ‘die zijn plicht gedaan heeft’ als ‘onnut’ laat beschrijven, dan is Hij, die de wil van de Vader volledig vervuld heeft, de afspiegeling van deze onnutte knecht. Want Jezus koestert bij zijn dienstwerk geen bijgedachte aan nut of loon, maar verricht om niet wat in wezen geen bedoeling heeft. Liefde is altijd om niet en heeft geen bedoeling behalve zichzelf. Ook geen loon buiten zichzelf. Zich als dienaar neerbuigen is voor Jezus noch een zelfopgelegde dwang, noch een vermomming, maar de natuurlijke weergave van zijn gezindheid als Heer en Meester. Jezus verkondigt een God die zijn grootheid in een hoogst realistisch afdalen bewijst.
‘Heer, geef ons meer geloof.’ Broeders en zusters, het is ook onze bede. En het is een bede om echt christen te worden, om Christus te volgen, om de weg te gaan die Hij is gegaan. Blijf vertrouwen op God, want bij Hem is genade. Hij is uw verlossing! Amen!