tekst en onderricht oktober 2025
Onderricht op 7 oktober 2025
Inspiratie voor het onderricht wordt in dit werkjaar o.a. geput uit Michael CASEY, ocso,
Naar God. Inleiding tot de praktijk van het gebed, Lannoo-Tielt, Abdij Bethlehem, 2007.
De Amerikaanse franciscaan Richard Rohr noteert in zijn boek
Het Christusmysterie op verschillende plaatsen en op diverse wijzen dat liefde en ook ware religie, godsdienstigheid en spiritualiteit
niet starten vanuit een initiatief van de mens, maar starten bij ‘het trekken van de Vader’.
Op het einde van de broodrede in het Johannesevangelie zegt Jezus dat ook op een onomwonden wijze aan mensen
die zich gelovig noemen en hun gelovig zijn als hun verdienste beschouwen: Johannes 6, 65 Hij voegde er aan toe: “Daarom heb Ik u gezegd, dat niemand tot Mij kan komen, als het hem niet door de Vader gegeven is.”
66 Tengevolge hiervan trokken velen van zijn leerlingen zich terug en verlieten zijn gezelschap.
Tekst en Onderricht op 16 september 2025
Onderricht op 16 september 2025
Inspiratie voor het onderricht wordt in dit werkjaar o.a. geput uit Michael CASEY, ocso,
Naar God. Inleiding tot de praktijk van het gebed, Lannoo-Tielt, Abdij Bethlehem, 2007.
Mediteren is op het vlak van ‘gebedstechniek’ zeer eenvoudig:
zoek een rustige plek, zit rechtop maar ontspannen en laat je lichaam tot rust komen;
kies een woord dat je helpt om je te richten op Gods aanwezigheid
(zoals “Maranatha”, “Abba”, “Vrede”, “Jezus”, “Kom Heer, kom” ….); adem rustig in en uit;
laat gedachten komen en gaan, zonder oordeel; keer steeds terug naar je heilig woord, je mantra. Toch is mediteren moeilijk en vraagt het moed.
Het vraagt moed en trouw om te beginnen en te volharden.
tekst en onderricht mei 2026
OPEN CONTEMPLATIEF HUIS
LEERHUIS VOOR BIJBELSE SPIRITUALITEIT
38ste werkjaar 2025-2026
“IK GELOOF IN…”
BIJBELSE GRONDSLAGEN VAN ONZE GELOOFSBELIJDENIS
Efeziërs 2, 13-22
Matteüs 16, 13-18
“Ik geloof in de katholieke Kerk”.
Zo zeggen we in de apostolische geloofsbelijdenis. In de geloofsbelijdenis van Nicea luidt het:
“Ik geloof in de ene, heilige, katholieke en apostolische kerk.”
Het is wellicht een ‘artikel’ van de geloofsbelijdenis waar velen het moeilijk mee hebben.
Misschien is het wel het weerbarstigste artikel.
Christus: ja. De Geest: OK. God: misschien. De Kerk: nee. Zo zou je ook kunnen horen bij velen die zich gelovig noemen en zelfs bij velen die in de Kerk een taak op zich nemen.
Indien ‘geloof’ synoniem is voor ‘vertrouwen’ - en dat is het - dan is het vertrouwen in de Kerk bij velen ver te zoeken.
Er zijn tal van redenen die het ‘ongeloof’ en dus het ‘wantrouwen’ in de Kerk erg begrijpelijk maken en zelfs meer dan aanvaardbaar.
Maar toch schuilen in dat zeer dikwijls vlug geproclameerd wantrouwen enkele gegevens die kritisch benaderd mogen en kunnen worden.
Vooreerst wordt meestal met het begrip ‘kerk’
tekst en Onderricht op 2 september 2025
Onderricht op 2 september 2025
Inspiratie voor het onderricht wordt in dit werkjaar o.a. geput uit Michael CASEY, ocso, Naar God. Inleiding tot de praktijk van het gebed, Lannoo-Tielt, Abdij Bethlehem, 2007.
In de proloog van het Johannesevangelie lezen we dat het Woord bij
God is.
In het Grieks staat er pròs, en dat betekent zowel bij als naar.
Er wordt eenheid uitgedrukt,
niet alleen een toestand van eenheid, maar ook een beweging van vereniging.
Als de evangelist Johannes als iconografisch attribuut een arend heeft, dan verbeeldt die arend in zijn vlucht naar en cirkelend in de hemel
die beweging van vereniging en die toestand van eenheid. Zowel het één zijn met God als het één worden met God
- het opgaan naar de Vader – kenmerken de mens Jezus. We zijn geroepen om in die relatie en dynamiek te delen. Beide zijn genadegaven.
We zijn één met God, niets kan ons van zijn liefde scheiden. Door de stuwing van de Geest, worden we één met God.
Het één zijn behoort tot ons wezen, ons ware zelf.
Tekst en Onderricht april 2026
OPEN CONTEMPLATIEF HUIS
LEERHUIS VOOR BIJBELSE SPIRITUALITEIT
38ste werkjaar 2025-2026
“IK GELOOF IN…”
BIJBELSE GRONDSLAGEN VAN ONZE GELOOFSBELIJDENIS
2 Samuël 12, 1-14
Matteüs 18, 21-35
Ik had veel andere Bijbelse teksten kunnen kiezen voor dit thema over zonde en vergeving.
Zoals bijvoorbeeld het evangelie van de 2de paaszondag, Beloken Pasen, waarin we de verschijnende verrezen Heer tot de leerlingen horen zeggen: Ontvang de heilige Geest. Aan wie ge de zonden vergeeft, zijn ze vergeven, en aan wie ge ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.” (Joh 20, 22-23)
Waarom wordt die zondenvergeving onmiddellijk ter sprake gebracht na de gave van de Geest, alsof die er hecht mee te maken heeft
en de hele zendingsopdracht van de leerlingen daarop gefocust is
en waardoor het ook lijkt dat die vergeving de kernopdracht van de Kerk is
en de grootste dienst die de Kerk aan de mens en de mensheid kan bewijzen? Ik hoop in de loop van wat volgt een antwoord op deze vraag te kunnen geven.