Transfiguratie A Dan 7,9-14 2023 2Petr 1,16-19 Mt 17,1-9

 

Transfiguratie A    Dan 7,9-14    2Petr 1,16-19    Mt 17,1-9

Transfiguratie is het feest van de vergoddelijking van de hele menselijke werkelijkheid in de verheerlijkte Christus. De Transfiguratie van Christus op de berg Tabor toont ons geen andere werkelijkheid dan de onze, maar wel onze natuur die doorstraalt is van goddelijk licht, omgevormd in wat God ermee bedoeld heeft vanaf de eerste dag van de schepping. Het feest van de Transfiguratie was dan ook voor de oude kerkvaders van groot belang, zoals nu nog steeds in de Oosterse Kerk waar het samen met Maria Tenhemelopneming het grote zomerfeest is, voorafgegaan door een vigilie en gevolgd door een octaaf. De Transfiguratie is de voorafname of anticipatie van de verrijzenis, deze van Christus maar ook die van ons en van heel de schepping. Transfiguratie is immers een uitdijende werkelijkheid. Zoals het heelal vanuit de Big Bang voortdurend bezig is uit te dijen, zo breidt de Transfiguratie zich uit van de verheerlijkte Christus over heel de geschapen werkelijkheid.



Immers, niet alleen Jezus wordt getransfigureerd maar ook wij. Ook tegen ieder van ons zegt God: “Jij ben mijn welbeminde zoon, mijn geliefde dochter, in wie Ik mijn vreugde vind”. Wie met Jezus de berg van de Gedaanteverandering bestijgt, staat in een dynamiek van steeds dieper doorstraald worden door het goddelijk licht.
Volgens de twaalfde-eeuwse cisterciënzer mysticus, Willem van Saint-Thierry, wordt dat goddelijk licht af en toe getoond aan de uitverkorene van Gods liefde, als een lichtbron die God met zijn handen omsluit maar af en toe als een lichtflits toont. Dat ‘even zien’ is genoeg om de ziel te laten ontbranden in een hevig verlangen naar het volle bezit van dat goddelijk licht. Door het goddelijk Licht worden we dus, zoals Jezus, omgevormd naar het nieuwe leven dat God voor ons al bereid heeft. Want ook wij zijn bestemd het evenbeeld te worden van Gods Zoon (Rom 8,29).

Als we goed kijken naar de oosterse iconen van de Transfiguratie zien we dat niet alleen Jezus maar ook Mozes en Elia getransfigureerd zijn. Die twee figuren staan uiteraard voor het Eerste Verbond, de Wet en de Profeten, waarmee de Jezus van het Nieuwe Verbond in gesprek gaat. Maar lezen we niet in Exodus dat toen Mozes van de berg afdaalde met de twee stenen platen van het Verbond, zijn gezicht straalde omdat Hij met God gesproken had (Ex. 34,29)? Niemand durfde daarom nog naar Mozes te kijken en

deze moest voortaan zijn gelaat met een sluier bedekken om met de Israëlieten te spreken. En ook Elia die op de berg in een grot schuilde, werd getransfigureerd toen de Heer voorbijtrok, niet in een storm met aardbeving of vuur, maar in de stilte van een zachte bries. Elia moest zijn gelaat bedekken, staat er, met zijn mantel (1 Kon. 19,13). De Gedaanteverandering gaat echter nóg een stap verder. Niet alleen Jezus, niet alleen Mozes en Elia, niet alleen wij mensen, maar héél de schepping zal delen in Gods zegen en zal getransfigureerd worden. De hemel en de aarde zullen naar het nieuwe leven in God omgevormd worden. Want ook de schepping verlangt vurig naar de openbaring van Gods kinderen. Ook zij zal immers verlost worden uit de slavernij der vergankelijkheid en delen in de vrijheid en luister van de kinderen Gods (Rom. 8,19.21-22). Zo is Transfiguratie een uitdijende werkelijkheid, met de verheerlijkte Christus in het centrum.

Maar vergeten we niet dat Transfiguratie ook een inkerende werkelijkheid is, waardoor ons innerlijk steeds transparanter wordt voor het goddelijk licht. Alleen in een ‘ik’ dat scheuren en bressen vertoont, kan het vergoddelijkend Licht binnendringen. Alleen wanneer iemand arm wordt van geest, arm aan ‘ikkigheid’, ontledigd van zichzelf, wordt hij bevattelijk voor het goddelijk leven in hem. Deze onteigening wordt in het verhaal van de Transfiguratie gesymboliseerd door het bestijgen van de hoge berg. Jezus die met zijn drie uitverkoren leerlingen de berg Tabor bestijgt, doet onmiddellijk denken aan Abraham die op de berg van het land van Moria zijn enige en geliefde zoon, zijn Isaac, zijn alles, moet opdragen. En precies omdat Abraham zijn zoon, zijn enige, niet aan God weigert, krijgt hij hem terug als een belofte voor de toekomst, als de eersteling van een talrijk nageslacht (Gen 22,16- 17) en wordt Abraham met zegening vervuld. Pas als wij de kramp van ons egoïsme, onze angstige reflex van zelfbehoud en zelfhandhaving, kunnen loslaten, gebeurt aan ons de Transfiguratie. Dan worden wij omgevormd naar de Nieuwe mens die naar Gods beeld is geschapen in ware gerechtigheid en heiligheid (Ef 4,24). Dan worden wij bekleed met witte gewaden omdat wij het waardig zijn (Ap 3,4) en krijgen we palmtakken in de hand (Ap 7,9) waarmee we het Lam dat geslacht is toezingen: “Lof en heerlijkheid, wijsheid en dank, eer, macht en sterkte aan onze God in de eeuwen der eeuwen. Amen” (Ap.7,12).

Br. Guerric abdij Prébenoît